Verhalen en getuigenissen van
CLL-patiënten

Je kan hier de getuigenissen, ideeën en meningen van individuele patiënten vinden. Jouw situatie kan helemaal anders zijn. Daarom is het mogelijk dat niet al deze ideeën je meteen zullen verder helpen.

ANNE

CLL in afwachtend beleid

Anne is 66 jaar en heeft 40 jaar gewerkt als leerkracht in de kinder- en jeugdpsychiatrie in de Ziekenhuisschool van Antwerpen. Ze kreeg minder dan een jaar geleden, in de zomer van 2021, de diagnose van CLL. Ze heeft momenteel geen behandeling nodig. De onzekerheid rond de toekomst is soms moeilijk, maar Anne vindt steun en kracht bij haar familie, vrienden en het vele vrijwilligerswerk dat ze doet.

“Momenteel heb ik nog geen restricties en mag ik gewoon doen wat ik wil. Ik moet uiteraard wel oppassen voor infecties of bepaalde symptomen. Dan moet ik onmiddellijk mijn huisarts raadplegen.” - Anne

Diagnose

Tijdens een routineonderzoek werd een abnormale hoeveelheid witte bloedcellen vastgesteld. Mijn huisdokter heeft toen aan de alarmbel getrokken en heeft me doorgestuurd naar een hematoloog. Daar werd een doorgedreven bloedonderzoek gedaan, waar ik de diagnose kreeg van CLL, chronische lymfatische leukemie.

 

Toen ik de diagnose kreeg was het even schrikken omdat ik me helemaal niet ziek voel. Dat is het vreemde aan deze ziekte: je kan er 20 jaar mee rondlopen zonder dat ze uitbreekt, maar ze kan evengoed volgend jaar uitbreken.

 

Na de diagnose heb ik informatie opgezocht en heb ik me lid gemaakt van LVV, Lymfklierkanker Vereniging Vlaanderen. Dat is een werkgroep en facebookgroep voor lotgenoten die regelmatig informatie geeft en webinars en activiteiten organiseert.

Watch & wait

Momenteel heb ik nog geen restricties en mag ik gewoon doen wat ik wil. Er is geen behandeling opgestart. Ik moet uiteraard wel oppassen voor infecties of bepaalde symptomen. Dan moet ik onmiddellijk mijn huisarts raadplegen.

Familie & vrienden

Mijn familie is heel belangrijk voor mij. Ik heb één zoon waar ik een hele goeie band mee heb. Hij ondersteunt mij op alle vlakken. We hebben regelmatig contact; hij komt éénmaal per week bij mij eten en dat zijn echt leuke momenten.

 

Ik heb een aantal hele goede vrienden, waar ik ook heel veel steun aan heb en dingen aan kwijt kan als ik het wat moeilijk heb. Onder andere via mijn vrijwilligerswerk heb ik een hele vriendenkring opgebouwd.

 

Ik hou ook van sociale contacten met mijn buren. Soms gaan we samen wandelen, koffiedrinken of zwemmen. Ik kan me geen betere buren voorstellen.

Gezondheid & beweging

Ik voel me helemaal niet ziek. Momenteel ga ik twee keer per week sporten. Op maandag doe ik turnen en conditie en op woensdag doe ik aquagym.

Werk

Ik heb 40 jaar gewerkt als leerkracht in de kinder- en jeugdpsychiatrie in de Ziekenhuisschool van Antwerpen. In mijn vrije tijd doe ik vooral vrijwilligerswerk. Ik werk onder andere in de Roma; dat is een culturele zaal in Borgerhout waar ze concerten organiseren. Ik ben ook al 10 jaar burenbemiddelaar voor de stad Antwerpen en praat al meer dan 10 jaar met anderstalige jongeren die Nederlands aan het studeren zijn, om hen het Nederlands beter te leren.

Toekomst

De toekomst is voor mij eigenlijk onzeker omdat ik niet weet hoe de ziekte gaat evolueren. De ziekte kan uitbreken binnen 5 jaar, binnen 10 jaar, binnen 20 jaar maar ook volgend jaar. Dat vind ik wel jammer, omdat ik niet weet wat mij te wachten staat. Maar ik trek me heel erg op aan mijn vrijwilligerswerk. Dat vind ik geweldig om te doen: de mensen helpen rondom mij en tevreden naar huis gaan dat ik mijn steentje heb kunnen bijdragen.

LOUIS

Behandelde CLL (1e lijn)

Louis is 81 jaar. Hij is geboren in Welle en opgegroeid in Essene. Sinds 2002 woont hij met zijn vrouw, waarmee hij al meer dan 50 jaar getrouwd is, in Oostende. Hij heeft twee dochters en is het grootste deel van zijn carrière commercieel directeur geweest bij een importfirma voor wijn. In 2020 kreeg hij de diagnose van CLL en sinds 2021 neemt hij hier medicatie voor. Louis is nog steeds heel actief, maakt dagelijks een lange wandeling, staat graag in de keuken en leest ook vaak.

“Ik zou iedereen aanraden om zo kort mogelijk bij hun vroeger leven te blijven, te doen zoals vroeger en de ziekte een klein beetje te negeren. Dat is de beste manier, vind ik, om ermee om te gaan.” - Louis

Diagnose en ziekteverloop

In 2020 hebben ze bij een jaarlijkse controle vastgesteld dat mijn bloedwaarden abnormaal waren. Ik had 10.000 witte bloedcellen [per microliter bloed]. De huisdokter heeft ons doorgestuurd naar een oncoloog die ons doorgestuurd heeft naar een hematoloog. Die heeft verteld dat ik in het voorstadium zat van de ziekte CLL, dat ik op dat ogenblik nog niet ziek was en hij dus niets moest ondernemen, maar dat we het wel moesten opvolgen. Het jaar nadien, in 2021, hebben ze bij een jaarlijkse controle vastgesteld dat mijn bloedwaarden abnormaal hoog waren: 60.000 witte bloedcellen. Toen heeft de hematoloog gezegd: “Nu moeten we wel een behandeling opstarten, maar we gaan eerste bloed afnemen om te kijken of we dat gaan doen met chemotherapie of met andere medicatie.” En dat is dan gebeurd; momenteel neem ik dagelijks medicijnen.

Relatie met het zorgteam

We hebben een fantastische band met het zorgteam en hebben veel vertrouwen in de dokter en de verpleegkundigen. Ik kan alle vragen stellen die ik wil en krijg altijd een heel duidelijk en uitgebreid antwoord. Je hebt het gevoel dat de dokter naast en niet boven jou staat. We kunnen de verpleger ook op elk moment bellen met vragen.

In het begin en bij het opstarten van de medicatie heb ik veel informatie gekregen en heeft de dokter ons ook gerustgesteld en gezegd dat ik niet zou doodgaan door CLL, maar met CLL.

Emoties

Toen we de diagnose gekregen hebben, was het in het begin wel schrikken. Ik moet zeggen dat mijn vrouw eigenlijk ongeruster was dan ikzelf, want ik voelde me eigenlijk niet ziek. We hebben het ook meegedeeld aan de familie, bij wie er natuurlijk ook een beetje bezorgdheid was, maar door de goede uitleg van de dokter en door erover te praten, heeft iedereen dat redelijk goed opgevangen. Nu wordt er nog sporadisch over gesproken, maar eigenlijk zijn we niet met de ziekte bezig. Of toch zo weinig mogelijk.

Invloed op het dagelijkse leven

Tot nu toe heb ik eigenlijk heel weinig symptomen van de ziekte of nevenwerkingen van de medicatie. In het begin, bij het opstarten van de medicatie, was ik moe en trapte ik soms op mijn adem, maar dat is na verloop van tijd weggegaan. Ik tracht zoveel mogelijk mijn leven te hernemen zoals vroeger en over het algemeen kan ik alles en heb ik weinig last. Het enige wat ik een klein beetje moet terugschroeven is mijn wijnverbruik omdat ik minder alcohol verdraag dan vroeger. Dat voel ik wel.

Sport en ontspanning

Ik sta nog dagelijks in mijn keuken. Dat is één van mijn hobby’s, ik heb dat altijd graag gedaan en ik kook dus alle dagen.

Ik ga regelmatig wandelen, bijna dagelijks. Op dat vlak hebben we eigenlijk onze ontspanning zoals vroeger. We gaan ook nog regelmatig op vakantie naar het buitenland. Als de dokter het toelaat natuurlijk.

We gaan ook regelmatig bij vrienden en ontvangen regelmatig vrienden. Als we bij vrienden gaan gebeurt het dikwijls dat ik daar zelf in de keuken ga staan omdat ik dat graag doe en omdat ze weten dat ik dat graag doe. En omdat ze misschien af en toe eens graag goed eten ook...

Gouden raad

Ik zou iedereen aanraden, toch de mensen die eventueel hetzelfde zouden kunnen krijgen, om zo kort mogelijk bij hun vroeger leven te blijven, te doen zoals vroeger en de ziekte een klein beetje te negeren. Dat is de beste manier, vind ik, om ermee om te gaan.

Toekomst

Ik zie de toekomst optimistisch tegemoet. Ik hoop dat ik samen met mijn vrouw nog vele jaren actief en gelukkig mag zijn. Maar ja, als je 82 bent, kan je niet verwachten dat je nog 30 jaar gaat leven, maar ik wil wel maximaal profiteren van de tijd die we nog hebben. En ik hoop dat ik me nooit in mijn zetel ga moeten zetten en niet meer weg kan. Ik wil altijd bezig blijven met iets.

WILLIAM

Behandelde CLL (2e lijn)

William is 61 jaar. Hij is opgegroeid in Genoelselderen en woont samen met zijn vrouw in Bilzen. Hij heeft twee dochters en drie prachtige kleinkinderen die hem heel dierbaar zijn. Hij werkte in een bank als kantoordirecteur en is altijd erg sportief geweest. In 2009 kreeg William de diagnose van CLL. Toen hij symptomen begon te vertonen in 2012 onderging hij een chemotherapiebehandeling, waarna hij 5 jaar in remissie was. In 2017 was er herval en werd hij opnieuw behandeld. Hij is tot op heden nog steeds in remissie.

“De medische wereld staat al ver in de behandeling en het onderzoek naar de oorzaken en naar eventuele oplossingen voor CLL. En daar ben ik ook zeer dankbaar voor, dat er in de toekomst misschien wel oplossingen voor ons gevonden worden.” - William

Diagnose en ziekteverloop

Naar aanleiding van intensief fietsen in 2009 had ik pijn in mijn lies. Na nader doktersonderzoek bleek dat ik een knobbeltje in mijn lies had en een biopsie wees uit dat ik CLL had. Vermits er verder geen symptomen waren in mijn bloed, werd er geen behandeling opgestart, wel een driemaandelijkse of zesmaandelijkse opvolging. Dat heeft geduurd tot 2012, toen de symptomen de kop opstaken: mijn lymfeklieren vergrootten, ik vermagerde, had nachtelijk zweten, ... Op basis daarvan is beslist een chemotherapie op te starten gedurende zes maanden, waarvan ik drie dagen per maand behandeld werd. Na zes maanden was ik in remissie en dat is gebleven tot 2017 toen de symptomen terug de kop opstaken. Op dat ogenblik kon ik opnieuw een chemotherapiekuur volgen of in een studie stappen en heb ik beslist om in die studie te stappen. En tot op heden ben ik nog steeds in remissie.

Op zoek naar informatie

Ik heb in het begin heel veel informatie gekregen van mijn arts, maar er is toch altijd wat onzekerheid over wat en hoe. Elk patiëntendossier is verschillend. Je begint natuurlijk ook veel na te denken en op het internet allerlei zaken op te zoeken en te lezen. Ik denk dat ieder wel op zijn eigen manier zoekt naar informatie, naar wat je vooruitzichten zijn en hoe je toekomst eruitziet. Uiteindelijk is het best de informatie die je van je arts krijgt te aanvaarden. Ik heb een hele goede vertrouwensband met mijn behandelende arts en telkens als ik een opvolgingsafspraak heb gehad, voel ik me opgelucht en kan ik er weer even tegenaan.

Emoties

Op het ogenblik dat je de diagnose krijgt, is dat eigenlijk heel zwaar, want dan heb je natuurlijk weinig perspectieven. Je weet niet 100% wat het is en wat het inhoudt en wat de toekomst gaat brengen. En dan begin je te denken: hoelang heb ik nog, hoelang gaat dat duren? En dan is het natuurlijk niet zo simpel en ben je emotioneel toch wel sterk onder de indruk. Na een tijdje, als je informatie verzameld hebt en als de behandeling aanslaat, begin je wel een beetje te relativeren. Met CLL zijn er toekomstperspectieven op lange termijn en heb je toch wel nog een weg af te leggen. En je moet de kwade dagen met de goede nemen. Carpe diem, zeg ik dan. Geniet van elk moment dat je goed en gezond bent en probeer zoveel mogelijk je eigen leven te leiden op een manier die je zelf kan en wil.

Familie & vrienden

Na het stellen van de diagnose haal je je kracht in de moeilijke momenten toch vooral van je familie: enerzijds mijn echtgenote en mijn twee dochters, maar vooral mijn kleinkinderen, waarvan het kleinste drie maanden oud is. Als mijn dochter langskomt met dat kindje, ja, dan fleur je helemaal op. Als de twee oudste kleinkinderen, de jongens, binnenkomen en opa kan gaan voetballen met die jongens, dan ben je de hemel te rijk op dat ogenblik. Dus, trek je op aan je familie die rond je leeft. Dat is heel belangrijk voor mij.

Werk

In 2009, toen de diagnose gesteld is, ben ik een maand thuisgebleven omdat ik toch wel wat tijd nodig had om de emotionele klap te verwerken. Maar daarna ben ik terug aan de slag gegaan tot 2012, tot de chemotherapie begon. Tijdens de chemotherapie heb ik doorgewerkt, wat niet altijd even gemakkelijk was, door de vermoeidheid en de bijwerkingen van de chemotherapie. Sommige namiddagen moest ik even naar huis komen om te rusten. Ik ben blijven werken tot 2017. Na het opstarten van de behandeling in 2017 ben ik elf maanden thuisgebleven en toen ik in remissie was, ben ik terug aan de slag gegaan gedurende elf maanden. Door veel problemen met mijn weerstand kreeg ik diverse infecties zoals longontsteking of bronchitis en had ik wondjes die niet genazen. Toen was het niet meer haalbaar om het werk te combineren met de ziekteverschijnselen en ben ik thuisgebleven.

Sport en ontspanning

Op dit ogenblik fiets ik nog soms recreatief met mijn echtgenote, maar vroeger, tot in 2009, was ik intensief met fietsen bezig. We hebben toen zelfs een fietstocht naar Lourdes gemaakt, wat prachtig was. Dit is volledig, of zo goed als, stilgevallen in 2012 na de opstart van de chemotherapie. En vanaf 2016 ben ik overgeschakeld – sportief – naar golf spelen, wat mij heel veel voldoening geeft en ook minder inspanning en weerstand vergt dan het fietsen.

Als ik niet aan het sporten ben, dan probeer ik mijn tijd in te vullen met lezen, wat te koken en in mijn hobbytuintje wat groenten te kweken. Ik probeer mij altijd zo goed mogelijk bezig te houden. In periodes dat je ziek bent en je slecht voelt, gaat dat natuurlijk iets minder.

Toekomst

Wat mijn toekomstperspectief betreft, probeer ik te leven van dag tot dag, carpe diem, en zo veel mogelijk te genieten. De medische wereld staat al ver in de behandeling en het onderzoek naar de oorzaken en naar eventuele oplossingen voor CLL. En daar ben ik ook zeer dankbaar voor, dat er in de toekomst misschien wel oplossingen voor ons gevonden worden.

SARA

Klinisch psycholoog

Sara is klinisch psycholoog. Ze begeleidt patiënten met kanker doorheen hun diagnose, behandeling en nazorgfase.

“Ik waardeer het leven nu misschien nog net iets meer, omdat je ziet hoe breekbaar een leven kan zijn, maar tegelijkertijd hoe sterk en hoe veerkrachtig we zijn als mens” - Sara

Hoe en wanneer kunnen patiënten met kanker steun zoeken?

Patiënten met kanker kunnen op verschillende manieren steun zoeken en hebben ook op verschillende manieren steun nodig. Je kan emotionele steun gebruiken, maar ook praktische steun. En afhankelijk van het moment in jouw ziektetraject kan die steun ook anders zijn. Soms heb je eerder nood aan iets praktisch, bijvoorbeeld, tijdens de behandeling is het fijn als mensen iets koken. Terwijl bij diagnose heb je vaak meer nood aan emotionele steun. En het kan ook zijn dat die steun door andere mensen moet gegeven worden. Een partner wordt soms ingezet voor de praktische steun, terwijl een ouder of een vriendin eerder de emotionele steun kan bieden.

Hoe kunnen patiënten de weg vinden naar een psycholoog?

Het is zo dat we een aanbod hebben en dat we ook vraaggericht werken. Een aanbod wil zeggen dat de patiënt normaal gezien in het ziekenhuis geïnformeerd wordt over het multidisciplinair team en dus ook over de psycholoog. In die zin mogen zij ons zelf contacteren. Maar er is soms wel nog een drempel. Het is dus ook aan ons als multidisciplinair team om in de gaten te houden wie onze steun zou kunnen gebruiken. Dan kan het zijn dat een arts voorstelt aan de patiënt om toch een keer met de psycholoog te praten. En dan wordt de psycholoog opgebeld op het moment zelf of wordt er een afspraak vastgelegd bij de psycholoog.

Op welk moment tijdens het ziekteproces komen patiënten meestal bij jou terecht?

Er is heel veel verschil wanneer een patiënt bij ons terechtkomt. De logische stap lijkt bij diagnose. Op het moment dat mensen de diagnose krijgen, zijn ze vaak overspoeld en dan kunnen ze zeker bij ons terecht. Maar sommige mensen laten dat eerder bezinken, durven niet altijd de stap te zetten naar een psycholoog. En dan kan het zijn dat we hen pas veel later in het traject ontmoeten. De behandeling is zeker ook een moment waarop mensen toch wel wat door elkaar geschud worden en op zoek gaan naar “hoe kan ik omgaan met al deze bijwerkingen”. Ook dan kunnen we ingeschakeld worden. Dus eigenlijk zijn er heel veel momenten tijdens het traject dat we kunnen ingeschakeld worden. En de laatste is misschien ook niet onbelangrijk. Die wordt vaak vergeten. Als mensen uit behandeling zijn, dan lijkt alles voorbij, maar dat is niet meteen zo. Er zijn vaak jammer genoeg nog laattijdige bijwerkingen van de behandelingen. En dan zien we ook wel heel wat patiënten.

Wanneer grijpt u in en op welke manier? Hoe kan uw advies de patiënt helpen?

Wij gaan eigenlijk met patiënten op zoek naar hoe ze kunnen omgaan met dit nieuw gegeven. Kanker komt in hun leven. Dat is een ongenodigde gast, maar ze moeten er wel mee verder. We gaan samen op zoek naar wat ze zouden kunnen doen om met die gast om te gaan. En dat is wat wij doen. Samen op pad, vaak via gesprekken, soms durven we ook wel eens iets zots doen en gaan we op pad – letterlijk – of nemen we er pen en papier bij om ook een aantal zaken uit te tekenen. Maar echte tips of advies over hoe omgaan met kanker geven wij niet aan patiënten en krijgen we eerder terug van patiënten.

Kunnen patiënten familie/vrienden meebrengen?

Patiënten mogen zeker familie en vrienden meenemen. We zien bij diagnose dat het vaak de naaste partner is die mee aanwezig is of bij een ouder iemand een volwassen kind. Maar ook tijdens de behandeling zien we wel mensen van het netwerk van de patiënt. Het is heel fijn voor patiënten om de behandeling niet alleen te moeten doen. Soms is het ook lastig voor patiënten om iemand mee te brengen en willen ze niemand belasten. En omgekeerd is het soms lastig dat je niet mee kan komen als naaste, omdat je moet werken bijvoorbeeld. Dus dat is een moeilijk evenwicht, maar familie en vrienden zijn zeker welkom, ook bij ons als psycholoog.

Als u één advies kon geven aan patiënten met kanker, wat zou dit zijn?

Ik hoop vooral dat patiënten mild kunnen zijn voor zichzelf, voor waar ze door moeten en hoe ze daar mee omgaan. En ik hoop dat die mildheid ook kan doorsijpelen naar hun omgeving, dat ze mild kunnen zijn voor de soms bijzondere, rare, goedbedoelde, maar lastige adviezen. En dat hopelijk de familie en de naaste vrienden daardoor ook mild kunnen zijn voor de patiënt, voor wat die wel of niet kan, nog niet kan of misschien nooit meer zal kunnen.

Welke raad heeft u voor patiënten die moeite hebben om de stap te zetten naar een psycholoog voor hulp?

Ik zou hen vooral meegeven dat wij als psychologen ook maar mensen zijn, dat we in die zin niet de waarheid in pacht hebben, dat we vooral met hen op zoek willen gaan. Het is ook niet zo dat als je bij een psycholoog gaat dat je zwak bent. Integendeel, we merken bij patiënten die durven aangeven als het eventjes niet gaat dat dat heel sterk is en dat ze in wat ze vertellen heel wat hulpbronnen hebben. En dat we dan kunnen merken dat ze al veel meer kunnen dan ze zelf zien. En dat is ook vaak de basis om verder op weg te gaan.

Hoe beleeft u als zorgverlener de begeleiding van oncologische patiënten?

Ik vind het heel waardevol om met patiënten met kanker te werken, omdat ik hen op heel veel verschillende manieren leer kennen. Ik zie niet alleen de patiënt, maar ik zie vooral de persoon. En personen kunnen heel veel van elkaar leren. We gaan samen op zoek naar mogelijkheden om om te gaan met ziekte, afscheid, angst, bijwerkingen. En dat is zoeken en daar kan je heel veel van leren, de patiënt zelf, ik, maar ook het doorgeven van ervaringen onderling. En dat vind ik een heel mooi proces van zoeken en omgaan met complexiteiten. Ik waardeer daardoor het leven ook misschien nog net iets meer, omdat je ziet hoe breekbaar een leven kan zijn, maar tegelijkertijd hoe sterk en hoe veerkrachtig we zijn als mens.

ELKE

Gedeelde besluitvorming vanuit het perspectief van de patiënt

Mijn naam is Elke en in 2015 kreeg ik de diagnose klassiek Hodgkin-lymfoom, een vorm van lymfeklierkanker. Door de jaren heen heb ik een heel traject doorgemaakt met verschillende chemotherapieën, immunotherapieën en 2 stamceltransplantaties.

“Ik vond zelf dat wanneer ik voelde dat mijn arts mij volgde of dat ik mijn arts volgde, en we dus samen tot de conclusie kwamen dat iets de beste keuze was, dat ik me er heel goed bij voelde en dat het me voldoening gaf omdat ik mijn leven en alles daaromheen toch wat onder controle had. Dat heeft zeker ook mijn levenskwaliteit verbeterd.” - Elke

Op een gegeven moment besloot ik me aan te sluiten bij de patiëntenorganisatie Lymfklierkanker Vereniging Vlaanderen vzw (LVV). Dit is een patiëntenorganisatie die patiënten met lymfeklierkanker ondersteunt via lotgenotencontact. Daarnaast maakt deze organisatie ook veel informatie beschikbaar voor patiënten over de ziekten, behandelingen en nazorg. Ik ben inmiddels voorzitter geworden van deze organisatie.

Ik ben ook voorzitter van het patiëntencomité van de Belgian Hematology Society. Dit is een comité dat hematologische patiëntenorganisaties samenbrengt. Het omvat ook hematologen en in hematologie gespecialiseerde verpleegkundigen.

Het belang van het opnemen van een actieve rol bij de keuze van de behandeling

Gedeelde besluitvorming is cruciaal voor patiënten. Het stelt hen in staat om samen met hun arts te beslissen over de keuze van de behandeling, maar ook om te besluiten niet met een behandeling te beginnen of een behandeling voortijdig stop te zetten.

 

Ik vond zelf dat wanneer ik voelde dat mijn arts mij volgde of dat ik mijn arts volgde, en we dus samen tot de conclusie kwamen dat iets de beste keuze was, dat ik me er heel goed bij voelde en dat het me voldoening gaf omdat ik mijn leven en alles daaromheen toch wat onder controle had. Dat heeft zeker ook mijn levenskwaliteit verbeterd.

Het belang van goede communicatie met je behandelende arts

Ik zie dat het heel goed werkt als er een goede communicatie is tussen arts en patiënt. En dit geldt in beide richtingen. Niet alleen de dokter moet zich inspannen. De patiënt moet zich ook inspannen.

 

Wat mij erg hielp was om mijn dokter wat vaker te zien. Ik zag mijn arts bij elk consult, bij elke behandeling, bij elke beenmergpunctie. Dit zijn moeilijke momenten. Het helpt je om je dokter beter te leren kennen, maar het laat ook je arts toe om jou beter te leren kennen. Ik had bijvoorbeeld de indruk dat mijn dokter wist wie ik was, wat mijn persoonlijkheid was, waar ik voor stond en wat belangrijk voor me was. En dat ging bij mij niet alleen om de genezing, maar ook om een goede levenskwaliteit te hebben. Dit alles is zeer belangrijk voor patiënten.

 

Ik denk dat het ook belangrijk is dat de arts weet dat samen een beslissing nemen niet hetzelfde is als de beslissing volledig over te laten aan de patiënt. Ik vind het belangrijk dat een arts informatie geeft over de ziekte en de behandeling. En dat hij ook al wat aanwijzingen geeft over wat de meest medisch verantwoorde keuze is. En daarna kan de beslissingskeuze finaal door de patiënt gemaakt worden. Maar als patiënt heb je dan wel het gevoel dat je alle informatie gekregen hebt, maar dat je toch samen deze beslissing hebt genomen.

 

Ik heb het geluk dat ik dit zelf heb meegemaakt. Tijdens mijn kankertraject heb ik geweldige hematologen gehad en dat heeft me echt geholpen. Een van de beste dingen die een arts kan doen is luisteren naar de patiënt en veel informatie geven. En op basis van die informatie kun je als patiënt de juiste keuze maken. Als patiënt kan je dit dan effectief doen gebaseerd op je eigen persoonlijkheid en volgens wat voor jou belangrijk is in je leven.