Chemotherapie
Een van de mogelijke behandelingen bij CLL is chemotherapie, waarbij geneesmiddelen worden toegediend die kankercellen vernietigen of hun groei remmen. Chemotherapie voor CLL wordt meestal intraveneus toegediend via een ader (ook wel IV genoemd), hoewel sommige vormen als een pil of tablet via de mond kunnen worden ingenomen.
Vaak wordt voor intraveneuze chemotherapie een centraal veneuze katheter geplaatst (poortkatheter). Dat is een soort slangetje dat in een grote ader wordt aangebracht en daar langere tijd kan blijven zitten. Hieraan kan dan een infuus gekoppeld worden zodat de aders van de arm gespaard blijven. Intraveneuze chemotherapie kan in één keer of over een periode van uren of dagen gegeven worden. Chemotherapie wordt meestal in cycli gegeven, waarin elke behandelingsperiode gevolgd wordt door een rustperiode zodat het lichaam kan herstellen. Chemotherapiecycli duren meestal 3 tot 4 weken en een volledige behandeling bestaat uit verschillende chemotherapiecycli.
Chemotherapie vernietigt niet enkel kankercellen, maar kan ook andere cellen beschadigen. Dit kan leiden tot bepaalde bijwerkingen (zoals vermoeidheid, misselijkheid en braken, verminderde eetlust, een ontstoken mond of een verhoogde kans op infecties).
Immunotherapie en chemo-immunotherapie.
Bij immunotherapie wordt medicatie gegeven die het immuunsysteem stimuleert of herstelt zodat dit de kankercellen kan bestrijden. Kankercellen vinden immers soms manieren om aan het immuunsysteem te ontsnappen zodat ze ongecontroleerd kunnen blijven groeien en overleven.
Voor immunotherapie worden vaak monoklonale antilichamen gebruikt. Dit zijn eiwitten die in een labo worden aangemaakt met de bedoeling om specifieke eiwitten op kankercellen te herkennen en er zo voor zorgen dat de eigen immuuncellen de kankercellen doden. Deze worden intraveneus of subcutaan toegediend.
Immunotherapie wordt bij CLL vaak gecombineerd met chemotherapie, wat chemo-immunotherapie wordt genoemd.
Typische chemo-immunotherapiebehandeling.
Als je chemo-immunotherapie krijgt, krijg je meestal een zestal maandelijkse behandelingscycli. Zodra de zes cycli voltooid zijn, word je opnieuw gecontroleerd totdat de behandeling opnieuw nodig is.
Je arts kan een bepaald chemo-immunotherapieprogramma voorstellen op basis van je leeftijd, fitheidsniveau en eventuele onderliggende gezondheidsaandoeningen.
Doelgerichte behandeling
In tegenstelling tot chemotherapie, die verschillende soorten cellen aanvalt – kwaadaardige en goedaardige – zijn doelgerichte behandelingen ontwikkeld om alleen specifieke kankercellen aan te vallen. Dit type behandeling, dat toegediend wordt als dagelijks in te nemen tabletten, wordt vaak gebruikt bij mensen met CLL. Soms kunnen deze behandelingen gecombineerd worden met immunotherapie.
Er zijn verschillende mogelijke doelgerichte behandelingen:
- Bruton’s tyrosinekinase (BTK) remmers. Deze behandeling blokkeert het BTK-eiwit, een eiwit dat CLL-cellen helpt te groeien en overleven.
- BCL-2-remmers. Deze behandeling richt zich op BCL-2, een eiwit in CLL-cellen dat de cellen helpt langer te overleven dan normaal.
Radiotherapie
Radiotherapie maakt gebruik van hoogenergetische röntgenstralen om kankercellen te vernietigen. Bij mensen met CLL is radiotherapie meestal niet de hoofdbehandeling. Het kan worden toegepast in specifieke situaties, zoals:
- Het verkleinen van vergrote organen, zoals de milt. Als je symptomen hebt die worden veroorzaakt door gezwollen organen, zoals moeite met eten, kan je arts radiotherapie overwegen.
- Het behandelen van pijn door botschade veroorzaakt door kankercellen in je beenmerg.
- Vóór een allogene beenmergtransplantatie.
Chirurgie
Een operatie voor CLL is zeer zeldzaam en wordt niet gebruikt om je CLL te genezen of te behandelen. Als je milt echter vergroot is of als je bloedtellingen laag zijn, kan het nodig zijn om een operatie te ondergaan om de milt te verwijderen. Dit wordt een splenectomie genoemd. Je arts kan een splenectomie aanbevelen om twee redenen:
- Je milt is zodanig vergroot dat hij op andere organen drukt, zoals je maag, en eten bemoeilijkt. De meeste mensen die dit ondervinden, zullen eerst andere behandelingen proberen om de milt te verkleinen, zoals chemotherapie of radiotherapie.
- Door je CLL is je milt overactief geworden, wat betekent dat er te veel rode bloedcellen en bloedplaatjes uit je bloed worden verwijderd en zich opstapelen in de milt.
Allogene stamceltransplantatie
Bij een allogene stamceltransplantatie worden gezonde stamcellen uit het bloed van een donor toegediend aan de patiënt met CLL om zo de cellen te vervangen die door de kanker zijn aangetast. Stamcellen zijn cellen die zich kunnen ontwikkelen in verschillende soorten cellen, zoals bijvoorbeeld witte bloedcellen.
Allogene stamceltransplantatie kan een mogelijke behandeling zijn voor een beperkt aantal personen met CLL (afhankelijk van de leeftijd en de algemene toestand van de patiënt en de ernst van de ziekte).
Klinische studies
Vooraleer een nieuwe kankerbehandeling of een nieuwe combinatie van behandelingen wordt goedgekeurd en algemeen gebruikt kan worden, wordt deze onderzocht in klinische studies. Soms is het mogelijk om deel te nemen aan zulke klinische studies en zo toegang te krijgen tot nieuwere behandelingen. Hier kunnen echter ook mogelijke risico’s aan verbonden zijn. Het is belangrijk dat je je keuzes afweegt en open en eerlijke gesprekken voert met je arts voordat je beslist om deel te nemen aan een klinische studie.
De meeste mensen krijgen van hun arts informatie over klinische studies. Maar als je geïnteresseerd bent, kan je het zelf ter sprake brengen bij je volgende afspraak. Een lijst van CLL-studies in België kan je hier vinden: Open Hematology trials in Belgium (bhs.be).