Wat is leverkanker?
Leverkanker is wereldwijd de zesde meest voorkomende vorm van kanker. In België is deze de veertiende meest voorkomende vorm. Deze vorm van kanker ontstaat wanneer cellen in de lever zich ongecontroleerd delen en een kwaadaardig gezwel (tumor) vormen.
De lever
De lever is een vitaal orgaan dat zich rechtsboven in de buik bevindt, net onder het middenrif. Het is één van de grootste organen in het lichaam en is verantwoordelijk voor een groot aantal functies die cruciaal zijn voor de algehele gezondheid en het welzijn. De belangrijkste functies van de lever zijn onder meer gal maken om vet uit voedsel te helpen verteren, glycogeen (suiker) opslaan, die door het lichaam wordt gebruikt voor energie, en schadelijke stoffen uit het bloed filteren, zodat ze via ontlasting en urine het lichaam kunnen verlaten.
Soorten leverkanker
Primaire leverkanker
Primaire leverkanker is kanker die in de lever ontstaat en omvat verschillende soorten, afhankelijk van het type cel waaruit de kanker is ontstaan.
Hepatocellulair carcinoom (de meest voorkomende vorm)
Hepatocellulair carcinoom (HCC) is de meest voorkomende vorm van primaire leverkanker en treft ongeveer 80-90% van de personen met leverkanker. Dit is ook de reden dat de informatie op deze site voornamelijk over HCC gaat. Dit type leverkanker ontwikkelt zich vanuit de belangrijkste levercellen, hepatocyten genaamd.
Galkanaalkanker/cholangiocarcinoom
‘Cholangio’ verwijst naar de galwegen, dus cholangiocarcinoom is kanker van de galwegen. De grote galwegen zijn buizen die de lever en de galblaas verbinden met de dunne darm. De galwegen vervoeren gal (een vloeistof die nodig is voor het verteren van het eten) dat door de lever wordt gemaakt. Kanker die begint in het deel van de kanalen buiten de lever heet extrahepatisch cholangiocarcinoom. Kanker die begint in het deel van de kanalen binnen de lever wordt intrahepatisch cholangiocarcinoom genoemd. Intrahepatisch cholangiocarcinoom wordt geclassificeerd als een type primaire leverkanker.
Fibrolamellair carcinoom
Fibrolamellair carcinoom is een zeldzame variant van hepatocellular carcinoom. Deze vorm van leverkanker ontwikkelt zich meestal bij adolescenten of jongvolwassenen (20-30 jaar) zonder onderliggende leverziekte. Bovendien is de HCC merker, een chemische stof genaamd alfa fetoproteïne (AFP), niet verhoogd bij fibrolamellair carcinoom.
Angiosarcoom
Angiosarcoom wordt ook wel hemangiosarcoom genoemd. Dit type kanker begint in de bloedvaten van de lever en is uiterst zeldzaam. Het wordt het vaakst gediagnosticeerd bij oudere mensen.
Hepatoblastoom
Hepatoblastoom is een zeer zeldzame vorm van primaire leverkanker die meestal jonge kinderen treft. Hepatoblastoom is een maligne tumor die ontstaat in een voor de rest gezonde lever.
Secundaire leverkanker
Secundaire leverkanker (ook wel levermetastasen of uitzaaiingen genoemd) zijn tumoren die zich in de lever ontwikkelen, maar hun oorsprong vinden in een ander orgaan. De tumor kan bijvoorbeeld primair in de longen ontstaan en nadien uitzaaien naar de lever.
Referenties:
Beschikbaar op: https://www.allesoverkanker.be/leverkanker/wat-is-leverkanker
Beschikbaar op: https://www.kanker.be/alles-over-kanker/alle-types-kanker/leverkanker
Review Hepatocellular Carcinoma Beschikbaar op: https://www.nature.com/articles/s41572-020-00240-3
Oorzaken en risicofactoren
De onderliggende oorzaak van HCC is bij de grote meerderheid (>90%) bekend. Een gemeenschappelijk kenmerk van de factoren die het risico op leverkanker verhogen dat ze chronische schade veroorzaken aan het leverweefsel. Dit resulteert uiteindelijk in het ontstaan van littekenweefsel (fibrose) en kan leiden tot heel veel littekenweefsel waardoor de lever hobbelig wordt (cirrose). De levercellen groeien en functioneren niet meer normaal. De precieze mechanismen en redenen waarom leverkanker ontstaat, zijn nog niet volledig begrepen.
Het hebben van één of meer van de onderstaande risicofactoren betekent niet dat je zeker leverkanker zal ontwikkelen.
Hepatitis B of C
Een infectie met het hepatitis B (HBV) of C virus (HCV) wordt als chronisch beschouwd wanneer het hepatitisvirus langer dan 6 maanden in het bloed aanwezig blijft en een achteruitgang in het functioneren van de lever veroorzaakt. Wereldwijd is hepatitis B-infectie verantwoordelijk voor 50% en hepatitis C infectie voor 25% van alle gevallen van leverkanker. Een chronische hepatitis B infectie verhoogt het risico op leverkanker met een factor 100 en een chronische hepatitis C infectie met een factor 17.
Langdurig alcoholgebruik
Langdurig alcoholgebruik kan levercirrose veroorzaken. Alcohol kan ook rechtstreeks het DNA in de levercellen beschadigen.
Niet-alcoholische vette leverziekte
Niet-alcoholische vette leverziekte (NAFLD) is een aandoening die wordt gekenmerkt door vetophoping in de lever en die niet wordt veroorzaakt door overmatig alcoholgebruik. Er zijn twee hoofdtypen NAFLD: eenvoudige leververvetting (ook wel steatose genoemd) en niet-alcoholische steatohepatitis (NASH). Eenvoudige leververvetting is een goedaardige aandoening waarbij vet zich ophoopt in de lever, maar er geen sprake is van ontsteking of schade aan de levercellen. NASH daarentegen is een ernstigere vorm van NAFLD waarbij de ophoping van vet in de lever ontstekingen en schade aan de levercellen veroorzaakt, wat leidt tot littekenvorming en mogelijk tot cirrose (blijvende leverschade). NAFLD komt vaak voor bij mensen met een groep symptomen (het zogenaamde metabool syndroom). Het metabool syndroom is een cluster van aandoeningen die samen voorkomen, waardoor het risico op hartziekten, beroertes en diabetes type 2 toeneemt. De aandoening wordt vastgesteld wanneer iemand ten minste drie van de volgende vijf risicofactoren heeft:
Het metabool syndroom zou veroorzaakt worden door een combinatie van genetische en omgevingsfactoren, waaronder lichamelijke inactiviteit, ongezonde voeding en overgewicht. De aandoening komt vaker voor bij mensen boven de 60 jaar en bij mensen met een familiale voorgeschiedenis van de aandoening.
Het risico op het ontwikkelen van het metabool syndroom kan worden verminderd door veranderingen in levensstijl, zoals vermageren, meer lichaamsbeweging en een gezond dieet. In sommige gevallen kunnen medicijnen worden voorgeschreven om individuele risicofactoren, zoals hoge bloeddruk of hoog cholesterolgehalte, onder controle te houden.
Erfelijke leveraandoeningen
Sommige erfelijke leveraandoeningen kunnen ook cirrose veroorzaken, zoals hemochromatose of alfa-1-antitrypsinedeficiëntie. Hemochromatose is een erfelijke ziekte die een hogere opname van ijzer uit de voeding veroorzaakt. Het ijzer wordt vervolgens afgezet in verschillende organen, voornamelijk in de lever. Bij alfa-1-antitrypsinedeficiëntie wordt een abnormale vorm van het eiwit alfa-1-antitrypsine in de levercellen afgezet. Dit kan levercirrose veroorzaken en het risico op leverkanker vergroten.
Leeftijd
Hoewel leverkanker op elke leeftijd kan voorkomen, komt het het meest voor bij oudere mensen. De meeste mensen bij wie de diagnose wordt gesteld, zijn ouder dan 60 jaar. De hoogste percentages komen voor bij 85- tot 89-jarigen.
Geslacht
Leverkanker komt vier tot acht keer vaker voor bij mannen dan bij vrouwen, hoewel dit waarschijnlijk het gevolg is van verschillen in gedrag die van invloed zijn op de eerder beschreven risicofactoren.
Roken
Het risico op leverkanker wordt nog groter als je rookt en veel alcohol drinkt. Het risico kan ook hoger zijn bij mensen die roken en een hepatitis B- of C-infectie hebben.
Symptomen
Leverkanker heeft soms geen symptomen, ze zijn moeilijk te herkennen of ze verschijnen in een laat stadium door de grote reservecapaciteit van de lever. Dit komt doordat het gezonde deel van de lever de verschillende functies goed genoeg aankan.
De symptomen zijn dezelfde als de leverkanker in de lever begint (primaire leverkanker) als vanuit een ander deel van het lichaam is uitgezaaid (secundaire leverkanker). De symptomen van leverkanker zijn heel uiteenlopend en de klachten kunnen ook andere oorzaken hebben. Deze zijn dus niet altijd een teken van leverkanker.

DE HUID OF HET WIT VAN UW OGEN WORDT GEEL (GEELZUCHT) Ook mogelijk: jeukende huid, donkerder plassen, blekere stoelgang

VERLIES VAN EETLUST OF SPONTAAN GEWICHTSVERLIES

ZICH MOE VOELEN OF GEEN ENERGIE HEBBEN

ZICH IN HET ALGEMEEN ONWEL VOELEN OF GRIEPVERSCHIJNSELEN VERTONEN

EEN KNOBBEL AAN DE RECHTERKANT VAN JOUW BUIK

PIJN RECHTSBOVEN IN JOUW BUIK OF IN JOUW RECHTERSCHOUDER Als de galblaas ontstoken en gezwollen is, irriteert dit de frenische zenuw. De frenische zenuw loopt van de buik via de borst tot in de nek. Een vette maaltijd verergert dit waardoor je op een dergelijk moment meer last kan ervaren

EEN ZEER OPGEZWOLLEN BUIK DIE GEEN VERBAND HOUDT MET WANNEER JE EET. Dit wordt ascites genoemd. Ascites is een medische aandoening die wordt gekenmerkt door vochtophoping in de buikholte. Het ontstaat wanneer er een onevenwicht is tussen de druk in de bloedvaten in de lever (portale hypertensie) en de druk in de buikholte, waardoor vloeistof uit de bloedvaten lekt en zich ophoopt in de buikholte, de ruimte rond de buikorganen.
Deze symptomen kunnen veroorzaakt worden door leverkanker, maar ook door heel wat andere aandoeningen of ziekten. Daarom is het belangrijk om je behandelende arts te raadplegen als je vergelijkbare symptomen opmerkt.

GEELZUCHT

GEWICHTSVERLIES

VERMOEIDHEID

KOORTS

BUIKPIJN OF ONGEMAK

WINDERIGHEID

ASCITES
Diagnose
De diagnose van leverkanker wordt gesteld op basis van de resultaten van verschillende analyses en onderzoeken. De omstandigheden van de diagnose zullen verschillen bij patiënten die leverkanker ontwikkelen met of zonder cirrose. De meeste patiënten hebben levercirrose en/of chronische hepatitis voordat ze leverkanker ontwikkelen. Mensen met levercirrose moeten goed in de gaten worden gehouden om een mogelijke levertumor zo vroeg mogelijk op te sporen. In het algemeen wordt de diagnose van leverkanker door de arts gemaakt op basis van de gezondheidstoestand en een lichamelijk onderzoek. Daarna volgt een bloedonderzoek om de werking van de lever na te gaan en andere aandoeningen van de lever uit te sluiten of aan te tonen.
Bloedonderzoek
Leverkanker kan verschillende veranderingen in het bloed veroorzaken die met bloedonderzoek kunnen worden opgespoord:
Beeldvormend onderzoek
Echografie
Echografie maakt gebruik van geluidsgolven met een hoge frequentie om beelden te maken van interne organen en weefsels in het lichaam. De geluidsgolven worden verzonden via een handapparaat, een transducer genaamd, dat op de huid wordt geplaatst en over het te onderzoeken gebied wordt bewogen. Echografie is een veilige en pijnloze beeldvormingstest waarbij geen ioniserende straling wordt gebruikt, waardoor het een nuttig instrument is voor het diagnosticeren en controleren van uiteenlopende medische aandoeningen. Dit is de meest gebruikte methode om primaire leverkanker op te sporen. Er zal in de eerste plaats een echografie van de lever worden gemaakt om de consistentie van het orgaan te beoordelen en naar mogelijke knobbels te zoeken
De procedure van een echografie bestaat uit de volgende stappen:
CT- en MRI-scan
CT-scans (computertomografie) en MRI-scans (magnetische resonantiebeeldvorming) zijn beiden beeldvormingstests die gedetailleerde beelden van de binnenkant van het lichaam maken, maar ze gebruiken daarvoor verschillende technologieën.
In het algemeen zijn CT-scans sneller dan MRI-scans: het hele onderzoek duurt meestal maar een paar minuten. MRI-scans daarentegen kunnen een halfuur, een uur of langer duren. Voor zowel CT- als MRI-scans worden contrastmiddelen gebruikt, stoffen die in het lichaam worden geïnjecteerd om bepaalde weefsels of structuren zichtbaar te maken.
Kortom, zowel CT- als MRI-scans hebben hun sterke en zwakke punten, en de keuze van de beeldvormende test hangt af van de medische toestand van de patiënt, het soort weefsel dat in beeld wordt gebracht, en andere factoren zoals blootstelling aan straling en kosten. Een zorgverlener kan helpen bepalen welke beeldtest het meest geschikt is voor een bepaalde patiënt.
PET-scan
Een PET-scan of positronemissietomografie wordt meestal gebruikt voor secundaire kankers in de lever. Een kleine hoeveelheid radioactieve glucose (suiker) wordt in een ader geïnjecteerd. De PET-scanner draait rond het lichaam en maakt een beeld van waar de glucose in het lichaam wordt gebruikt. Kwaadaardige tumorcellen komen helderder in beeld omdat ze actiever zijn en meer glucose opnemen dan normale cellen. Tijdens een PET-scan wordt een kleine hoeveelheid radioactief materiaal in het lichaam geïnjecteerd, dat door uw weefsels en organen wordt opgenomen. Vervolgens ga je op een tafel liggen en word je door een grote machine bewogen die het radioactieve materiaal detecteert en beelden maakt van de binnenkant van het lichaam. De injectie van het radioactieve materiaal kan enig ongemak veroorzaken, zoals een lichte kneep of steek, maar is over het algemeen niet pijnlijk. Je kan ook een gevoel van warmte of koude voelen op de injectieplaats, maar dat is normaal en tijdelijk.
Histopathologisch onderzoek
Door een monster van het leverweefsel (biopsie) te nemen, kan beoordeeld worden of een bij radiologisch onderzoek gezien letsel goedaardig of kwaadaardig is. Er kan een biopsie worden genomen met een fijne of een dikke naald die door de huid van de rechterflank in de lever gaat om een monster leverweefsel weg te nemen. Soms wordt tegelijkertijd een echografie of CT-scan gebruikt om er zeker van te zijn dat de naald recht in een vermoedelijke knobbel gaat. Het weefselmonster wordt in een laboratorium onder een microscoop onderzocht door een specialist die de patholoog wordt genoemd. Hij kan ook andere tests uitvoeren om het specifieke type en de kenmerken van de tumor vast te stellen. Maar zelfs als de patholoog concludeert dat de biopsie geen kankercellen bevat, kan niet worden uitgesloten dat de tumor kwaadaardig is.
Referenties:
Alles over kanker. Beschikbaar op: https://www.allesoverkanker.be/galwegkanker/onderzoeken-en-diagnose-van-galwegkanker
Cancer Research UK. https://www.cancerresearchuk.org/about-cancer/bile-duct-cancer/getting-diagnosed/tests-diagnose
www.esmo.org/content/download/266801/5310983/1/EN-Biliary-Tract-Cancer-Guide-for-Patients.pdf
Ziektestadia
Leverkanker wordt ingedeeld op basis van de grootte van de tumor, of de tumor is uitgezaaid naar de lymfeklieren en of hij is uitgezaaid naar andere delen van het lichaam. Deze informatie helpt jouw arts om de meest geschikte behandeling te bepalen en om de prognose te bespreken. Er worden verschillende soorten stadiëringssystemen gebruikt bij leverkanker.
Het TNM-stadiëringssysteem
De TNM-classificatie bepaalt het stadium van de kanker aan de hand van drie parameters: T (tumor), N (klier – node in het Engels) en M (metastase of uitzaaiing):
Het Barcelona Clinic Liver Cancer (BCLC) Staging System
Het BCLC stadiëringssysteem wordt veel gebruikt om primaire leverkanker te stadiëren en definieert vijf stadia, 0 tot D, van leverkanker. Het is gebaseerd op de grootte en het aantal tumoren in de lever, invasie van bloedvaten door de tumor, uitzaaiing van de kanker buiten de lever, bloeddruk in de ader naar de lever, bilirubinegehalte in het bloed, Child-Pugh-score en prestatiestatus (score om de mate van activiteit en het vermogen van een patiënt om dagelijkse activiteiten uit te voeren te beoordelen).
De stadia bepalen ook mee de manier waarop de kanker kan behandeld worden:
Stadium 0
De tumor bevindt zich in een vroeg stadium en beperkt tot de lever zonder tekenen van cirrose. De aanbevolen behandelingsoptie is chirurgische resectie of levertransplantatie, die de beste kans op overleving biedt.
Stadium A
De tumor bevindt zich in een vroeg stadium en beperkt tot de lever zonder tekenen van cirrose. De aanbevolen behandelingsoptie is chirurgische resectie of levertransplantatie, die de beste kans op overleving biedt.
Stadium B
De tumor is niet buiten de lever uitgezaaid, maar de patiënt heeft mogelijks bepaalde symptomen van leverfalen zoals ascites, geelzucht of encefalopathie. De aanbevolen behandelingsopties zijn transarteriële chemo-embolisatie (TACE) of systemische therapie, zoals doelgerichte therapie en immuuntherapie.
Stadium C
De tumor heeft zich buiten de lever verspreid of is de bloedvaten binnengedrongen en de patiënt heeft symptomen van leverfalen. De aanbevolen behandelingsoptie is systemische therapie, zoals doelgerichte therapie en immuuntherapie.
Stadium D
De tumor is uitgezaaid naar andere organen en de patiënt heeft een vergevorderde leverziekte en een slechte leverfunctie.De aanbevolen behandeling is palliatieve zorg om de symptomen te beheersen en de kwaliteit van leven te verbeteren.
De bepaling van het stadium van de kanker met de TNM-classificatie en de BCLC Staging System kan ingewikkeld zijn. Aarzel dus niet om jouw vragen te stellen aan jouw zorgteam; zij zullen jou het type en het stadium van jouw kanker uitleggen en jou ook vertellen wat de implicaties daarvan zijn.
Child-Pugh systeem
De Child-Pugh score is een scoresysteem dat wordt gebruikt om de ernst van de leverziekte te beoordelen en de prognose van patiënten met cirrose te voorspellen. Het houdt rekening met vijf klinische en laboratoriumparameters, waaronder:
Op basis van elk van de bovenstaande parameters wordt een totaalscore tussen 5 en 15 berekend. Hoe hoger de Child-Pugh-score, hoe ernstiger de leverziekte en hoe slechter de prognose. De Child-Pugh score kan helpen bij beslissingen over behandeling, zoals de noodzaak van levertransplantatie, en kan ook worden gebruikt om de progressie van de ziekte in de tijd te volgen.
De behandelopties voor elk stadium van leverkanker kunnen variëren afhankelijk van individuele patiëntfactoren, zoals leeftijd, algemene gezondheid en de aanwezigheid van andere medische aandoeningen. Het optimale behandelplan moet worden bepaald door een multidisciplinair team van zorgverleners, waaronder hepatologen, oncologen, chirurgen en interventieradiologen, die samenwerken om voor elke patiënt een persoonlijk behandelplan te ontwikkelen.
Referenties:
Alles over kanker. Beschikbaar op: https://www.allesoverkanker.be/galwegkanker/onderzoeken-en-diagnose-van-galwegkanker
Cancer Research UK. https://www.cancerresearchuk.org/about-cancer/bile-duct-cancer/getting-diagnosed/tests-diagnose
www.esmo.org/content/download/266801/5310983/1/EN-Biliary-Tract-Cancer-Guide-for-Patients.pdf
Behandelingen
Verschillende specialisten bespreken samen hoe jouw ziekte het best kan worden behandeld. Dit gebeurt in het multidisciplinair oncologisch overleg (MOC). Voor de keuze van de behandeling houden de artsen vooral rekening met het stadium van de ziekte, de plaats van de tumor en jouw conditie. In overleg met jou bepaalt de arts vervolgens de behandeling.
De voorgestelde behandeling kan gericht zijn op:
Operatie
Embolisatie
Ablatie
Doelgerichte therapie
Immuuntherapie
Palliatieve zorg,best ondersteunende
zorg en euthanasie
Klinische studies
Operatie
Resectie
Resectie Is een chirurgische ingreep waarbij de lever geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd. Bij een resectieoperatie voor primaire leverkanker is het doel de tumor en wat omringend gezond weefsel te verwijderen om ervoor te zorgen dat alle kankercellen worden verwijderd. Of een patiënt in aanmerking komt voor een resectie hangt af van verschillende factoren, waaronder de grootte, de plaats en het aantal tumoren, alsmede de algehele gezondheidstoestand en de leverfunctie van de patiënt. Over het algemeen wordt bij primaire leverkanker alleen een resectie overwogen als de tumor zich beperkt tot één enkele leverkwab en de lever goed functioneert. Tijdens de operatie wordt de patiënt onder narcose gebracht en maakt de chirurg een incisie in de buik om toegang te krijgen tot de lever. Vervolgens wordt het zieke deel van de lever verwijderd, samen met een marge van gezond weefsel om ervoor te zorgen dat alle kankercellen worden verwijderd. Het resterende gezonde weefsel wordt weer aan elkaar gehecht en er kan een drainageslang worden geplaatst om overtollig vocht of bloed af te voeren. Na de operatie blijft de patiënt meestal enkele dagen in het ziekenhuis om te herstellen. De patiënt wordt nauwlettend gecontroleerd op complicaties zoals bloedingen, infecties en leverfalen. In de meeste gevallen kan de lever zich na de operatie herstellen, hoewel het enkele weken of maanden kan duren voordat de lever volledig is hersteld. Een resectieoperatie kan een zeer effectieve behandeling zijn voor primaire leverkanker, vooral als de tumor in een vroeg stadium wordt ontdekt en de patiënt verder gezond is. Het is echter een grote operatie met mogelijke risico's en complicaties, en de beslissing om over te gaan tot een resectie moet zorgvuldig worden afgewogen tegen andere behandelingsmogelijkheden.
De meest voorkomende bijwerkingen van een operatie:
Jouw arts zal je informeren over hij of zij bijwerkingen en jou ook zeggen met welke middelen je ze kan vermijden of tot een minimum beperken. Als je pijn hebt of symptomen vertoont, breng dan de arts zo snel mogelijk op de hoogte zodat deze jou kan helpen.
Levertransplantatie
Levertransplantatie is alleen mogelijk onder zeer strikte voorwaarden vanwege de schaarste aan beschikbare donorlevers. De eerste voorwaarde is dat de patiënt voldoet aan bepaalde criteria. Deze criteria heten de ‘Milan criteria’. Dit zijn een reeks richtlijnen om te bepalen welke patiënten met hepatocellulair carcinoom (HCC) in aanmerking komen voor levertransplantatie.
Volgens de Milan criteria kunnen patiënten met HCC in aanmerking komen voor levertransplantatie als zij aan de volgende criteria voldoen:
De meest voorkomende bijwerkingen van een transplantatie:
Surf voor meer informatie over oncologische chirurgie naar de website Chirurgie | Stichting tegen Kanker.
Ablatie
Ablatie is een medische procedure waarbij gericht weefsel (de tumor) of een orgaan wordt vernietigd of verwijderd door verschillende middelen, meestal door middel van warmte, koude of chemicaliën. Er zijn verschillende soorten ablatie, waaronder:
De keuze van de ablatietechniek hangt af van de locatie en de grootte van het weefsel of orgaan dat behandeld moet worden, evenals de specifieke medische aandoening die wordt behandeld.
Na de ablatieprocedure word je nauwlettend gecontroleerd op eventuele complicaties of bijwerkingen. Je moet misschien een paar dagen in het ziekenhuis blijven om te herstellen, maar de procedure kan ook poliklinisch worden uitgevoerd. In sommige gevallen is het mogelijk dat je meerdere ablatieprocedures moet ondergaan om de kanker volledig te kunnen behandelen.
Meest voorkomende bijwerkingen van ablatie:
Jouw arts zal je informeren over deze bijwerkingen en je ook zeggen met welke middelen je ze kan vermijden of tot een minimum beperken. Als je pijn hebt of symptomen vertoont, breng dan jouw arts zo snel mogelijk op de hoogte zodat deze jou kan helpen.
Embolisatie
Bij embolisatie worden bepaalde stoffen ingespoten om de bloedtoevoer naar de kankercellen in de lever te blokkeren of te verminderen. Deze behandeling kan alleen worden uitgevoerd bij patiënten bij wie de lever gezond genoeg is en goed functioneert en bij wie de lever de enige of belangrijkste plaats van de ziekte is.
De specifieke stappen van de embolisatieprocedure kunnen variëren afhankelijk van de gebruikte techniek, maar hieronder kan je de algemene procedure terugvinden:
Na de embolisatieprocedure word je nauwlettend gecontroleerd op eventuele complicaties of bijwerkingen. Mogelijk moet je een paar dagen in het ziekenhuis blijven om te herstellen, maar de procedure kan ook poliklinisch worden uitgevoerd. In sommige gevallen moet je meerdere embolisatieprocedures ondergaan om de kanker volledig te kunnen behandelen.
De meest voorkomende bijwerkingen van embolisatie zijn:
Je arts zal jou informeren over deze bijwerkingen en je ook zeggen met welke middelen je ze kan vermijden of tot een minimum kan beperken. Als je pijn hebt of symptomen vertoont, breng dan je arts zo snel mogelijk op de hoogte zodat deze jou kan helpen.
Doelgerichte therapie
Doelgerichte therapieën (ook wel targeted therapy genoemd) remmen de vermenigvuldiging van kankercellen door abnormale eiwitten te blokkeren die gevormd worden door bepaalde mutaties (veranderingen in het DNA), terwijl gezonde cellen daarbij gespaard blijven. Eén van de gebruikte doelgerichte behandelingen bij leverkanker zijn tyrosine kinase inhibitoren en monoklonale antilichamen.
Tyrosine kinase inhibitoren en monoklonale antilichamen
Kinases zijn eiwitten op of nabij het oppervlak van een cel die belangrijke signalen doorgeven aan het controlecentrum van de cel. Tyrosine kinase inhibitoren (kinaseremmers) blokkeren verschillende kinase-eiwitten, die normaliter de tumorcellen helpen groeien.
Monoklonale antilichamen zijn door de mens gemaakte versies van eiwitten van het immuunsysteem (antilichamen) die zijn ontworpen om zich aan een specifiek doel te hechten. De monoklonale antilichamen voor de behandeling van leverkanker beïnvloeden de vorming van bloedvaten.
De bijwerkingen verschillen van behandeling tot behandeling, maar de vaakst voorkomende zijn:
Je arts kan jou helpen om de meeste bijwerkingen door de doelgerichte therapieën te voorkomen of onder controle te houden. Aarzel niet om contact op te nemen met jouw arts.
Surf voor meer informatie over doelgerichte therapieën naar de website Doelgerichte behandelingen | Stichting tegen Kanker
Immuuntherapie
Bij immuuntherapie wordt het immuunsysteem van het lichaam gestimuleerd om kankercellen aan te vallen en te vernietigen. Terwijl de traditionele behandelingen (operatie, chemotherapie, radiotherapie etc.) zich rechtstreeks op de tumor richten, werken immunotherapieën op een onrechtstreekse manier, namelijk door het immuunsysteem te activeren tegen de kanker.
De meest voorkomende bijwerkingen van immuuntherapie:
Neem contact op met je zorgteam als je deze symptomen opmerkt of als ze erger worden. Als je vlug ingrijpt, kunnen deze bijwerkingen op een correcte manier behandeld worden.
Meer informatie over immunotherapie vind je op de website Immuuntherapie | Stichting tegen Kanker
Palliatieve zorg, best ondersteunende zorg en euthanasie
Palliatieve zorg, best ondersteunende zorg en euthanasie zijn allemaal benaderingen van de zorg voor patiënten met een gevorderde of terminale ziekte, maar ze verschillen in hun doelen en methoden.
Klinische studies
In klinische studies worden nieuwe kankerbehandelingen of nieuwe combinaties van behandelingen onderzocht voordat ze kunnen worden goedgekeurd en op grote schaal kunnen worden toegepast. Soms is het mogelijk aan dergelijke klinische proeven deel te nemen en zo toegang te krijgen tot behandelingen die nog in ontwikkeling zijn. Dit kan echter ook potentiële risico's met zich meebrengen. Het is belangrijk om uw keuzes af te wegen en open en eerlijk met uw arts te praten voordat u besluit aan een klinische proef deel te nemen.
Surf voor meer informatie over klinische onderzoeken naar de website Klinische proeven en experimentele therapieën | Stichting tegen Kanker
Referenties:
https://www.allesoverkanker.be/galwegkanker/behandeling-van-galwegkanker
https://www.cancerresearchuk.org/about-cancer/bile-duct-cancer/treatment
www.esmo.org/content/download/266801/5310983/1/EN-Biliary-Tract-Cancer-Guide-for-Patients.pdf
Review: How I trat biliary tract cancer. https://www.esmoopen.com/article/S2059-7029(21)00340-9/fulltext DOI: https://doi.org/10.1016/j.esmoop.2021.100378
Cijfers over leverkanker
Leverkanker is wereldwijd de zesde meest voorkomende vorm en de veertiende meest voorkomende vorm kanker in België. HCC, de meest voorkomende vorm van primaire leverkanker is de achtste doodsoorzaak door kanker in België. In 2020 werden in België 68.782 nieuwe diagnoses van kanker (exclusief niet-melanome huidkanker) geregistreerd, met ongeveer 1100 nieuwe gevallen van leverkanker. Ook kinderen krijgen leverkanker, al komt dat maar heel zelden voor.
Referenties:
Beschikbaar op: https://www.allesoverkanker.be/leverkanker/wat-is-leverkanker
Beschikbaar op: https://kankerregister.org/media/docs/publications/rapporten/KankerinBelgi%C3%AB2020(FINAL020822).pdf