Getuigenissen - Eierstokkanker

Je kan hier de getuigenissen, ideeën en meningen van individuele patiënten vinden. Jouw situatie kan helemaal anders zijn. Daarom is het mogelijk dat niet al deze ideeën je meteen zullen verder helpen.

Marianne

Marianne, 54 jaar, geconfronteerd met eierstokkanker1 “We kunnen niet kiezen wat ons overkomt, maar we kunnen wel kiezen hoe we ermee omgaan.”

  • "Ja, ik heb kanker, maar ik ben zo veel meer dan die ziekte."
  • “Ik ben wat milder voor mezelf geworden. Als ik vandaag niet de kracht heb om alles te doen, is dat niet erg. Ik doe het morgen wel.”
  • "Als je zoiets meemaakt, ontdek je wie er blijft, wie de tijd neemt."
  • “Je moet blijven doen wat je leuk vindt, ook al is het op een andere manier.”

Een onverwachte diagnose

Op een dag in januari voelt Marianne een scherpe pijn aan haar rechterkant.“Het voelde een beetje als een blindedarmontsteking”, vertelt ze. 's Avonds wordt de pijn zo hevig dat haar bezorgde man haar naar het ziekenhuis brengt. Na enkele onderzoeken komt de dienstdoende arts terug met de resultaten van de scan.

Ze vroeg me: “Wat denkt u dat het is, mevrouw?” Ik antwoordde: “Blindedarmontsteking.” Ze zei: “Nee, mevrouw, u heeft een kwaadaardige tumor die uw hele buik heeft aangetast.”Haar man werd lijkbleek. Marianne bleef kalm. Ze zei tegen haar man: “Ja, ik heb kanker. En dan? Wat wil je dat ik doe? Huilen? Nee.” Mijn doel was om de kanker zo snel mogelijk de deur uit te krijgen.

Begrijpen, behandelen, wachten

“De onderzoeken bevestigden dat ik eierstokkanker had in stadium 3, graad C. Ik onderging een laparoscopie en begon daarna met chemotherapie, één sessie om de drie weken.”Na drie cycli liet de scan geen vooruitgang zien.  “Mijn oncoloog besloot daarom immunotherapie[1] toe te voegen, om zo de chemotherapie te versterken. De operatie, die aanvankelijk werd overwogen, werd afgeblazen, want dat was te riskant.”“Uiteindelijk veranderde iets in positieve zin. Dankzij de immuuntherapie2 werden de tumoren kleiner. We zijn daarom gestopt met de chemotherapie en hebben alleen deze behandeling voortgezet. Het verschil was al snel merkbaar: met de chemo kon ik niet langer dan twintig minuten recht staan. Nu kan ik twee uur lang koken.”

Het medische team, een discrete maar essentiële steun

Tijdens de behandelingen kwam Marianne met veel zorgverleners in contact. “Vanaf het begin heb ik verschillende mensen ontmoet die me hebben geholpen: een psycholoog, een maatschappelijk werker en zelfs een schoonheidsspecialiste. De schoonheidsspecialiste legde me uit dat chemotherapie de huid en nagels erg beschadigt. Ze adviseerde me om mijn huid goed te hydrateren, acetonhoudende nagellakremovers te vermijden en gelnagellak op basis van siliconen te gebruiken omdat die de keratine beschermen. 

 

“Sindsdien is dat een ritueel geworden. Voor mezelf zorgen is belangrijk. Het is goed voor mijn moreel, het helpt me mezelf te blijven, een vrouw te blijven.”

Op adem komen tijdens de dagdagelijkse bezigheden

“Tussen twee behandelingen door probeer ik te blijven doen wat ik leuk vind. Ik heb vijfentwintig jaar in een bakkerij gewerkt. Ik vind het geweldig. Het helpt me om energie te behouden en mezelf te zeggen: kom op, we gaan door! 

 

Mijn honden, mijn katten, mijn konijn... ook zij brengen me in evenwicht. Ze vragen aandacht en dat dwingt me om te bewegen, om me met iets anders bezig te houden.” 

 

“Ik ben ook zorgzamer voor mezelf geworden. Als ik vandaag niet de kracht heb om alles te doen, is dat niet erg. Ik doe het morgen wel.”

Steun om de hoek

“Ik heb geweldige buren. Tijdens de chemokuren kwamen ze langs, lieten een briefje achter, brachten een maaltijd mee. Soms kwamen ze gewoon een kopje koffie drinken, om even bij te praten. Het is niet veel, maar het betekent heel veel.” 

 

“Als je zoiets meemaakt, besef je dat je niet alleen bent. Je ziet ook wie er blijft, wie de tijd neemt. Ik heb ook vrienden in Namen en Brussel. We zien elkaar niet vaak, maar de telefoontjes doen me goed. Als je je gesteund voelt, verandert alles.”

Op een andere manier voor jezelf zorgen

“Vóór de diagnose was ik gestart met een behandeling van mijn tanden. Maar die heb ik moeten uitstellen. Maar de afgelopen maanden heb ik besloten om de behandeling verder te zetten, ook al vergt dat moed en een beetje geduld. Mijn gebit was in slechte staat en ik wilde me beter voelen, opnieuw beginnen.” 

 

Afgelopen zomer ben ik gestopt met het dragen van mijn pruik. Het was te warm, ik kon het niet meer verdragen. De eerste keer dat ik zonder pruik naar buiten ging, zei de boekhandelaar tegen me: ‘Je ziet er zo veel beter uit.’ Het is heel simpel, maar het deed me goed.” 

 

“Waarom is het belangrijk om je mooi te voelen? Omdat het gewoon goed is voor je moreel. Je opmaken, voor jezelf zorgen, dat doet goed, het helpt om vrouw te blijven.”

Jezelf blijven, ondanks de ziekte

Marianne wil blijven leven. Er blijven zijn voor haar man, haar naasten, haar dieren en voor zichzelf.

 

“Ja, ik ben soms bang, maar ik wil niet dat mensen me alleen maar als een zieke zien. Ja, ik heb kanker, maar ik ben zoveel meer dan die ziekte. We blijven onszelf, met onze vreugde, onze twijfels en onze verlangens”.

Een boodschap voor anderen

“Ik wil tegen anderen die hetzelfde meemaken zeggen dat ze zich niet moeten schamen. Niet voor hun lichaam, niet voor de ziekte. Je moet blijven leven, dingen blijven doen die je leuk vindt, ook al is dat op een andere manier. Voor mij is het belangrijkste dat je jezelf niet vergeet.” 

 

“Er zijn dagen dat het goed gaat, en dagen dat het niet goed gaat. Maar je moet je moreel hoog houden, denken aan degenen van wie je houdt.We kiezen niet wat ons overkomt, maar we kunnen wel kiezen hoe we ermee omgaan.”

Liliane

Liliane is 69. Ze onderging een behandeling voor eierstokkanker en voelt zich weer prima.

  • Kreeg de diagnose tijdens een routinecontrole
  • Na de operatie volgde nog preventieve chemo
  • Haar boodschap: ga regelmatig op controle. En blijf genieten.

Het is een tumor

Eind februari, nu tien maanden geleden, had ik een afspraak bij de gynaecologe voor mijn tweejaarlijkse controle. Ik had nog nooit iets gevoeld, maar ik bleek een cyste op een van mijn eierstokken te hebben. De gynaecologe heeft even overleg gepleegd met een collega, en ze lieten er geen twijfel over bestaan. “Het is een tumor,” zeiden ze, “maar we weten nog niet of hij kwaadaardig is.” Daarna is er een MRI-scan gemaakt en hebben ze beslist me te opereren. Ze zouden mijn baarmoeder en eierstokken weghalen, met daarbovenop misschien ook de vetschort, en eventueel de klieren aan de aorta. Drie weken later ging ik onder het mes en bleek dat alles weg moest.

Preventieve chemokuur

Na de operatie vertelde de gynaecologe me dat alles weg was, maar omdat sommige cellen niet met het blote oog te zien zijn, hebben ze beslist om me preventief chemo te geven. Twee weken na de eerste chemosessie zag ik allemaal haren in mijn kam zitten. Een paar dagen later ben ik naar de kapper geweest en heb ik alles laten afscheren. Dat was een heel emotioneel moment, want als vrouw besteed je veel zorg aan je haar. En toen heb ik beslist mutsjes te kopen, in verschillende kleuren zodat ze bij mijn kleren zouden passen, want een pruik, dat wou ik niet.

Een grote K op het voorhoofd

In het begin drong het allemaal niet zo goed tot me door. Het voelde wel alsof ik ineens met een grote letter K op mijn voorhoofd rondliep: ik heb kanker. Maar geleidelijk aan begin je het verdict dan toch te verwerken, samen met je gezin. Maar aanvaarden? Nee, dat niet. Ik moest de controle uit handen geven, en dat viel me nog het zwaarst. Ik kon alleen maar doen wat ze me zegden.Toen ik aan het traject begon, heb ik beslist een dagboek bij te houden waarin ik mijn gevoelens zou neerpennen. Ik wou het van me af kunnen schrijven. Dat deed me deugd, ook al kon ik er goed over praten met mijn man en mijn kinderen.

Actief blijven

In het begin had ik vooral last van vermoeidheid, maar intussen gaat het een stuk beter en begin ik weer wat te wandelen. Ik ben tijdens de behandeling, in de mate van het mogelijke, ook wel altijd blijven doen wat ik graag doe. Ik paste op de kleinkinderen, ging ze van school halen … De mensen mochten het zien. Dat is nu eenmaal het leven. Ik wou me niet opsluiten, ik wou onder de mensen blijven komen. Dat heb ik echt nodig. Ik ben heel sociaal en actief in allerlei verenigingen en ik ga graag overal naartoe. Alleen fietsen, wat ik heel graag doe, lukte minder goed. Maar soms voelde ik me toch goed genoeg, en dan maakte ik als het mooi weer was tochten van wel 40 kilometer. Ik leef van dag tot dag, zeg maar. Ik ben met de kinderen zelfs al een weekje op vakantie naar Spanje gegaan.

Voor mezelf ben ik genezen

Een maand geleden heb ik een PET-scan gehad. Alles is in orde, zei de oncoloog, en ik heb geen verdere behandeling nodig. Ik moet over drie maanden terug op controle gaan en daarna wordt dat interval dan zes maanden. Naar mijn gevoel ben ik genezen, maar naarmate de volgende PET-scan dichterbij komt, zal ik toch wel weer wat ongerust worden. Ik kan alleen maar hopen dat ze niks vinden. Ik voel me goed, ik voel me niet ziek, maar ik probeer er zo weinig mogelijk aan te denken.

Positief blijven denken

Ik vind ook dat ik veranderd ben. Het was een heel emotioneel traject en ik besef nu ook dat ik vroeger weleens kortaf durfde te zijn tegen de mensen. Je hebt natuurlijk ook wel een ziekte die je heel onzeker maakt. Maar ik heb het intussen een plaats kunnen geven en het heeft me vooral geleerd dat je moet genieten van elke dag, van de kleine dingen vooral: een uitstapje maken, eens gaan fietsen of gaan wandelen … Ik vind die eenvoudige dingen heel belangrijk. Doe wat je graag doet en stel het niet uit. En probeer vooral ook positief te blijven. Ik heb natuurlijk ook slechtere dagen gehad waarop ik zat te huilen en heel gevoelig was, maar dat mag ook, zolang je maar positief blijft denken: we komen er wel uit, het zal wel goed komen.

Mijn boodschap: ga regelmatig op controle

Op controle gaan is zo belangrijk. Als ik niet naar de gynaecoloog was geweest, zou ik op een bepaald moment waarschijnlijk last hebben gekregen en zou het misschien te laat geweest zijn. Een vriendin van me heeft heel lang gewacht en had uitzaaiingen. En zij heeft het niet gehaald. De boodschap die ik dan ook wil meegeven aan de vrouwen is: ook al voel je niets, ga regelmatig op controle. Om de twee jaar volstaat, zeggen ze, maar blijf het doen. Want weet je, beter een keer meer naar de dokter dan te laat.

Emmy

Emmy kreeg de diagnose van eierstokkanker, in een stadium 3C

Emmy is 45 jaar. Ze is psychologe en woont samen met haar man,haar twee tienerkinderen, en hun hond Rachel, in Waregem. Ze lijdt aan eierstokkanker, stadium 3C. Haar motto is carpe diem: ze wil blijven genieten van de kleine dingen.

“Ik ben dankbaar voor de eenvoudige momenten. De kleine dingen, die maken me gelukkig.“ - Emmy

Diagnose

De diagnose is vrij laat gesteld. Ik had eigenlijk helemaal geen klachten. Maar op een dag was ik weg met mijn werk en begon ik last in mijn onderbuik te krijgen. Uiteindelijk ben ik toen op de spoedafdeling beland, maar daar konden ze niet meteen iets vinden. Daarna is er een tweede spoedopname gevolgd. Ze hebben scans gemaakt, maar ook toen was er niets te zien. Daarom hebben ze een kijkoperatie uitgevoerd en puncties genomen. En zo zijn we te weten gekomen dat ik eierstokkanker heb.

Praten met familie

Mijn zoon kwam thuis toen ik de diagnose net had gekregen. “Heb je kanker?”, vroeg hij. “En ga je dood?” Ik heb geprobeerd realistisch te zijn, maar ik wou hem ook wat geruststellen: “Ik hoop van niet. Het kan, maar dat is niet mijn bedoeling. Ik wil vechten voor ons gezin.” We weten niet wat de toekomst zal brengen. We zullen dit stap voor stap doen. Samen, als gezin. En we zullen kracht bij elkaar zoeken. In elk geval zullen we er niet van uitgaan dat het hier allemaal zal stoppen.

Emoties & invloed op het dagelijkse leven

Aanvankelijk zat ik de hele dag alleen maar te wenen. Je krijgt te horen dat je kanker hebt en dat is echt wel … Weet je, ik heb altijd veel belang gehecht aan mijn werk. En dan moet je ineens alles afstaan. Alles wat je hebt opgebouwd, moet je van het ene moment op het andere on hold zetten. Dat komt hard binnen. Ik voelde dat ik een stukje van mijn identiteit kwijt was.

Kracht

Gelukkig kende ik als psychologe wel wat trucjes om makkelijker met de ziekte te kunnen omgaan. Zo stelde ik me de ziekte op het moment van de diagnose voor als een grote olifant. Maar ik wist meteen dat ik die als het ware in allemaal kleine olifantjes moest hakken. Die kan ik dan beter vastpakken. Dat is alvast een tip die ik lotgenoten wil meegeven. 

 

Daarna heb ik geprobeerd het een plaats te geven en heb ik alles geregeld. Zo leef je uiteindelijk naar die operatie toe. Die andere kleine olifantjes waren dan voor een latere fase. 

 

Ze hebben eerst een debulking uitgevoerd, waarbij ze via een grote incisie mijn baarmoeder, eierstokken, eileiders en buikvlies weggehaald hebben. Ik vraag me dan ook weleens af er nog wel iets zit, of het niet één groot gat is.

Werk

In de zomer ben ik terug gaan werken, zij het met een bang hartje: Zal ik het nog wel kunnen? Hoe zal het zijn? Zal ik mijn plaats nog vinden? Je moet een drempel over, en dat zal wel voor veel mensen zo zijn. En hoe langer je buiten strijd bent, hoe moeilijker het is.

Emmy’s advies

Je kunt je energie maar beter alleen in de dingen steken die je kunt veranderen. Veel mensen piekeren zich suf: Waar komt het vandaan? Wat is er gebeurd? … Maar je krijgt toch geen antwoord op die vragen. Verspil er dan ook geen energie aan.

Toekomst

Wat de toekomst betreft, wil ik vooral genieten. Ik ben heel blij dat ik er nog ben. Af en toe flitst het nog wel door mijn hoofd van “Wat als er bij de volgende controle slecht nieuws komt?”, maar daar wil ik niet op focussen. Mijn drang om te leven is er nog. De toekomst zit voor mij echt in de kleine dingen. Ik wil verder inzetten op beweging en ik wil leuke momenten met mijn gezin beleven. Carpe diem, zeg maar. Nu ja, ik heb altijd al wel sterk in het heden geleefd, maar nu doe ik dat misschien nog wat intenser. Ik ben dankbaar voor die eenvoudige momenten: een wandeling, een babbel, een kop koffie, een lekker etentje … Voor mij hoeft het allemaal niet zo groots te zijn. De kleine dingen, die maken me gelukkig.

Kathleen

Uitgezaaide eierstokkanker met herval

Kathleen is 60 jaar, woont in Evergem en is moeder van twee zonen. Ze is vele jaren met plezier aan de slag geweest als maatschappelijk werker. Tien jaar geleden, in 2012, kreeg ze een eerste diagnose van uitgezaaide eierstokkanker. In 2020 werd herval vastgesteld. Omdat er zowel in 2012 als 2020 online heel weinig informatie beschikbaar was over eierstokkanker en andere gynaecologische tumoren, heeft Kathleen samen met enkele andere vrouwen Gynca’s opgericht, een organisatie voor vrouwen met gynaecologische kanker. Kathleen put kracht uit haar kinderen, familie en vrienden, het samenwerken voor Gynca’s, haar tuin, ... Ze probeert in het nu te leven en zich niet te veel zorgen te maken over de toekomst.

“Laat je heden, je “nu”, niet verpesten door al je zorgen over de toekomst. Probeer in het nu te leven en elke dag de zegeningen mee te nemen die je kan krijgen" - Kathleen

Diagnose en ziekteverloop

Ik heb de diagnose eierstokkanker gekregen in 2012. Ik was toen net 50 geworden. Dit was naar aanleiding van een routine gynaecologische controle. Ik had op dat moment persoonlijk dus geen enkele klacht. Mijn kanker was toen al in stadium 4. Ik ben dan behandeld geweest met een debulking operatie en chemotherapie en ben toen een jaar “out” geweest op mijn werk. In 2013 heb ik mijn werk terug kunnen hervatten en ik heb een zevental jaren een vrij normaal leven kunnen leiden. Ik moest natuurlijk wel vaak op controle omdat bij stadium 4 de kans op herval vrij groot is.

 

Begin 2020 is via PET-scan herval van eierstokkanker vastgesteld. Toen heb ik opnieuw chemobehandeling gekregen en ook een onderhoudstherapie. Die behandeling heb ik tot eind 2021 gekregen. Door al de behandelingen en toxische stoffen in mijn lichaam, heb ik problemen gekregen met mijn nieren, waardoor ik moest stoppen met de onderhoudsbehandeling.

 

Bij de laatste scan, in maart 2022, zijn er nieuwe uitzaaiingen vastgesteld. Nu is het vooruitzicht dat ik om de twee tot drie maanden onder de scanner ga en afhankelijk van hoe snel de tumoren groeien, zal er opnieuw met chemotherapie worden gestart

Op zoek naar informatie

In 2012 kreeg ik een zorgmap waarin heel wat informatie stond. Maar je komt terecht in een wereld waar je niets van weet. Eierstokkanker – ik had daar nog nooit van gehoord. En ik was ook wel iemand die er zoveel mogelijk over wilde weten. Dus, dan heb je het internet en ga je zoeken. Maar eigenlijk was er in 2012 – zeker Nederlandstalig – niet zo veel informatie te vinden. Ik vind het ook goed om verschillende informatiebronnen te kunnen consulteren en dingen met elkaar te vergelijken.

 

In 2020 was er niet zo veel veranderd qua informatie. En dat is ook de reden waarom we met een aantal vrouwen Gynca’s zijn opgestart, een organisatie voor vrouwen met gynaecologische tumoren, omdat wij informatie heel belangrijk vonden. Er waren een aantal interessante Engelstalige teksten die we vertaald hebben naar het Nederlands, omdat hoe meer mensen weten, hoe beter ze vragen kunnen stellen en hoe beter inzicht je hebt in je eigen situatie.

Emoties

De eerste diagnose komt heel verrassend binnen en zet heel je leven overhoop. Je weet dat je voor een hele zware tijd staat. Maar je hebt ook wel de kracht om ervoor te vechten: je wil erdoor geraken, je wil je kinderen nog zien opgroeien, je wil je job nog verder doen, je wil nog verder leven.

 

Bij herval zijn je gevoelens toch wel iets anders, omdat je ergens de eindigheid van het leven ziet en je weet dat je tegen herval niet meer zo goed kan vechten.

 

Dan is het heel belangrijk om na te denken: hoe zie je je verdere leven nog, wat kan je nog doen, hoeveel energie heb je nog om dingen te doen en hoe zet je die energie heel zinvol voor jezelf in.

Spaarzaam omgaan met energie

Hoe je met je energie omgaat is natuurlijk iets persoonlijks. Ik denk dat iedereen voor zichzelf een plaats en een weg moet zoeken om te ontdekken: wat wil ik nog doen met mijn leven en wat ga ik laten. En dat zijn keuzes die je leert maken. Ikzelf ben altijd sociaal bewogen geweest en ik heb altijd graag iets gedaan voor anderen. Ik kan dat nu, via vzw Gynca’s, nog wel waarmaken. Dat geeft ook zinvolheid aan mijn leven en het is belangrijk dat je die nog vindt. Natuurlijk heb ik ook mijn kinderen waarmee ik zoveel mogelijk fijne momenten probeer te beleven.

Troost bij kanker

Mijn energie geef ik nu ook aan een boek dat we binnen de Gynca’s aan het ontwerpen zijn, “Troost bij kanker”, met de bedoeling om andere mensen met kanker wat steun te geven in de moeilijke tijd die ze doormaken. Mensen met kanker zullen zich in bepaalde fragmenten van het boek zeker kunnen herkennen. Maar ook de naasten kunnen dingen herkennen en misschien aanrakingspunten vinden om te spreken over bepaalde onderwerpen.

 

We hebben ook heel mooie tekeningen in het boek verwerkt omdat mensen, zeker zij die ernstig ziek zijn, niet altijd lang kunnen lezen. Soms is het gewoon fijn om in een boek een aantal beelden te kunnen bekijken. De tekening die mij persoonlijk erg heeft getroffen is de tekening van de lange en eenzame weg die je toch wel dient te bewandelen bij de kankerdiagnose. Dit is gebaseerd op een gedicht van Rumi dat zegt: “Het is jouw weg en jouw weg alleen. Anderen kunnen hem naast jou meewandelen, maar niemand kan hem voor jou bewandelen.”

Kracht

Waar ik kracht uithaal... dat is niet zo gemakkelijk om één antwoord op te geven. Je hebt een zekere levensdrang en je wil er blijven zijn voor jezelf, voor je kinderen, voor het leven. Je haalt ook kracht uit vrienden, uit collega’s die er zijn en die steun willen geven aan jou. Je haalt ook kracht uit de dingen die je kan bereiken, de kleine stappen voorwaarts die je kan zetten: iets meer eten of een iets langere wandeling kunnen maken. Dat zijn dingen die je er stilletjes aan bovenop kunnen helpen.

 

Je haalt ook kracht uit gesprekken en contacten met lotgenoten, waarmee je op een gelijk niveau kan spreken, want mensen die hetzelfde hebben meegemaakt, dat maakt toch een verschil.

 

Maar ik haal ook kracht hier thuis uit mijn tuin, waar ik altijd van gehouden heb en waar ik op heel wat tijdstippen van het jaar kan genieten van iets wat boven de grond komt, iets wat bloeit, de poezen die liggen te zonnen in een rustig hoekje, de kater die naar een vlieg op speurtocht gaat, de kleuren, het groen, een plekje dat moet worden opgevuld. Daar kan ik toch wel van genieten.

 

Wat mij ook kracht geeft, is het mooie lied van Ernst Jansz, “Luna Luna mijn”. Het lied is ook opgenomen in ons boek “Troost bij kanker”. En voornamelijk de passage:

 

Er zullen stormen zijn
Tegenslag en pijn
En angst voor wat er komen zal
Maar er zullen altijd weer ontelbaar mooie dingen zijn

Praten met vrienden en familie

De nood aan contact met andere mensen is er wel, maar is niet altijd gemakkelijk. Zelf neem ik niet altijd vlug contact op met andere mensen, zeker in de situatie nu. Mijn collega’s zijn nog aan het werk, mijn vrienden en vriendinnen zijn vaak nog aan het werk en je denkt dan “ik wil ze niet storen”. Maar toch is contact belangrijk, dus ik stel het wel heel hard op prijs als mensen mij contacteren en vragen hoe het gaat.

 

Ik vind het ook fijn om over heel gewone dingen te spreken, niet alleen over het ziek zijn, maar ook het gewone leven van andere mensen, hoe het met hun kinderen gaat, hoe het op het werk is. Ik vind het nog altijd fijn om met zulke dingen een stukje mee te kunnen zijn.

Invloed op het dagelijkse leven

Mijn dagelijkse leven heeft zeker een effect van eierstokkanker en zeker van herval van eierstokkanker. Er zijn enerzijds heel wat consulten die je moet doen, je moet vrij vaak naar het ziekenhuis, ik volg ook om de twee weken kine in het kader van lymfoedeem, wat een gevolg kan zijn van gynaecologische kanker. Maar ook de manier waarop je eet, waarop je je dag indeelt, wat je fysiek kan doen, is een heel ander verhaal. Ik denk dat het van belang is om daar vrede in te vinden en je daaraan aan te passen. Je verzet hiertegen zal alleen maar energie nemen die je beter kan gebruiken op andere momenten.

Voeding

Op mijn voeding heeft het ziek-zijn ook zeker een invloed. Het is duidelijk dat ik minder eetlust heb. Ik heb dat een tijdje zijn gang laten gaan, maar ik voelde toch wel dat ik daar iets rond moest doen. Ik heb daarom een voedingsreeks gevolgd in een inloophuis, die mij toch wel inzichten heeft bijgebracht die belangrijk zijn. Onder andere het niet meer eten vanuit de goesting, maar meer vanuit het verstand: op bepaalde tijdstippen eten en bepaalde voedingsstoffen innemen om een beetje een reserve aan te leggen voor de volgende chemobehandelingen.

Werk

Rond het werk hervatten geven de dokters soms een duidelijk advies, maar soms ook niet en laten ze het ook een stuk aan jou over. En dan is het heel goed nadenken en zoeken van: ga ik terug werken, kan ik terug werken, hoeveel procent kan ik terug werken, kan mijn lichaam dat nog aan, hoeveel tijd is er mij nog ter beschikking, kan ik het financieel aan. Dat zijn allemaal elementen die je moet overwegen. Ik had het daar ook moeilijk mee, want ik heb mijn job altijd graag gedaan. Ik heb voor deze keuze hulp gehad van de sociale dienst en van de psychologen die aan het oncologisch centrum verbonden zijn, om de gedachtegang en bezorgdheden daarrond eens allemaal op een rijtje te zetten.

Reizen

Als je op reis wil gaan moet je heel goed weten: wat ga ik nog kunnen, wat gaan mijn krachten mij toelaten en waar ga ik de grens trekken. Ik zal bijvoorbeeld zeker tegen de avond rustig op mijn kamer zitten en niet nog een stapje in de stad zetten.

Toekomst

Ja, hoe kijk je naar de toekomst? Ik hoop natuurlijk nog een rustige en mooie tijd te beleven. Mij heeft het wel rust gebracht naar de toekomst toe om te bekijken wat je allemaal moet regelen: maak je testament op, wat zijn je laatste wilsbeschikkingen, papieren voor euthanasie. Het heeft mij rust gebracht om daarover na te denken en informatie over te zoeken en al een aantal dingen in orde te brengen. Maar goed, ik hoop hier nog wel eventjes te mogen zijn en nog wat te kunnen genieten van mijn leven.

 

Een belangrijke tip is ook: Laat de toekomst op je afkomen, wat die ook is. Maak je daar niet te veel zorgen over, niet meer dan nodig. Laat je heden, je “nu”, niet verpesten door al je zorgen over de toekomst. Probeer in het nu te leven en elke dag de zegeningen mee te nemen die je kan krijgen.

Petra

Eierstokkanker met erfelijke BRCA-mutatie

Petra is 58 jaar, heeft drie kinderen en werkte vóór haar diagnose als zorgkundige in een woonzorgcentrum op een afdeling voor mensen met dementie. Ze kreeg in 2019 de diagnose van eierstokkanker en kwam een halfjaar later ook te weten dat ze een erfelijke mutatie heeft in het BRCA2-gen, wat de kans op eierstokkanker en borstkanker verhoogt. Dankzij de steun van haar psycholoog, haar familie en vrienden probeert ze opnieuw haar weg te vinden in het leven. Haar energie haalt ze uit haar tuin, sociale contacten en aan een recent ontdekte passie: pottenbakken.

“Wees lief voor jezelf en wees mild voor jezelf. Dat is heel belangrijk.” - Petra

Ziekteverloop

Ongeveer drie jaar geleden [in 2019] kreeg ik erge pijn in mijn buik. Eerst dachten ze aan galproblemen, maar bij de eerste onderzoeken vonden de artsen niets. Na verschillende bijkomende onderzoeken is enkele maanden later vastgesteld dat ik eierstokkanker heb. Drie weken na de diagnose heb ik de debulking operatie gekregen met daarop aansluitend ook zes chemobehandelingen. Nadat die chemobehandelingen gedaan waren heb ik een onderhoudsbehandeling gekregen, een medicatie die ik twee jaar genomen heb om te voorkomen dat de eierstokkanker zou terugkomen binnen een bepaalde tijd.

Emoties

Het moment dat je de diagnose krijgt, denk je: oké, ja, ik ben een van de zovelen en we gaan ervoor en we doen dat gewoon en we ondergaan dat. Maar dan moet je binnen dat traject heel veel beslissingen nemen. En ook al zijn er heel veel mensen rond jou, iedereen zegt: er is maar een persoon die de beslissing kan nemen en dat ben jijzelf. En dat is niet te onderschatten. Dat is een weg die je aflegt met vallen en opstaan en weer doorgaan.

 

De twee jaar dat ik de behandeling kreeg om de kans op herval te verkleinen is een hele zware weg geweest, vooral omdat het mij persoonlijk heel veel fysieke klachten gaf en uiteindelijk na verloop van tijd ook depressieve klachten, klachten waar je eigenlijk geen controle meer hebt over je lichaam, ook over je denken, je voelen, je zijn. Op dat vlak heb ik heel veel baat gehad bij de psycholoog, om die fase door te geraken.

 

Op een gegeven moment had ik een afspraak, een uitstap met de kinderen en de kleinkinderen om naar een subtropisch zwembad te gaan, om samen een fijne namiddag te hebben. Iets wat mij heeft doen beseffen welke weg ik afgelegd had. Op een gegeven moment zeiden de kinderen tegen mij: je gaat samen met ons door een van die buizen. En je doet dat dan en je vliegt door die buis met alles erop en eraan: water, donker, licht, je wordt heen en weer geslingerd. En op een gegeven moment sta je weer “ploef” in het water, op de grond. En dan hap je naar lucht en dan besef je welke weg je afgelegd hebt als kankerpatiënt. Dat is met heel veel vallen en opstaan, met heel veel heen en weer geslingerd worden, ook wel met een mooi vangnet rond jou. Maar dan nu, eindelijk ben je door die tunnel, en dan sta je er helemaal alleen voor, want dan moet jij het doen, en dan heb je heel veel vraagtekens.

Zorgteam

Mijn ervaring over het moment dat ik de diagnose kreeg, is dat ik heel goed begeleid werd door zowel verpleegkundigen als dokters als psychologen die ook aanwezig zijn om in het vangnet te staan voor jou als patiënt. De gynaecoloog heeft ook heel duidelijk aangegeven wat er gebeurde en wat de eventuele behandeling zou zijn. En ook vrienden, familie, kinderen stonden klaar. Dat is heel mooi geweest. Ik heb een hele goeie vriendin, die heeft mij fantastisch bijgestaan in het medische verhaal.

 

Een van de belangrijkste personen was de psycholoog, omdat die situaties herkenbaar maakte. Je bent bang, je beseft ook niet goed wat er allemaal gebeurt en elke fase is anders. En zij gaf de erkenning en de bevestiging dat hetgeen je doormaakt normaal is.

Een BRCA-mutatie

Ongeveer zes maanden na de diagnose heb ik jammer genoeg het nieuws gekregen dat ik genetisch bepaald ben met een erfelijke mutatie in het BRCA2-gen. Dat houdt in dat ik 50% kans heb het gen door te geven. We hebben daar eigenlijk heel open en eerlijk over gepraat, zowel naar mijn kinderen toe als naar mijn broers en mijn ouders. En iedereen wilde zich effectief laten testen om te kijken wat er ons boven het hoofd hing. Maar dat was echt een bom. Ik moet zeggen, dat wil je echt niet doorgeven aan je kinderen.

 

In dat verhaal is de psycholoog ook belangrijk geweest, heeft ze gezegd tot wie we ons konden richten en hoe we ons verder konden laten begeleiden. En dat was ook wel heel belangrijk.

Invloed op het dagelijkse leven

In het begin heb ik geprobeerd om mijn leven zo normaal mogelijk te laten verderlopen. Er was een vakantie gepland, dat ging toen nog. Die hebben we gewoon laten doorgaan. In de fase van de chemobehandeling zijn er stukken waar dat niet gaat. Maar de stukken waar het ging, heb ik eigenlijk wel geprobeerd om zo normaal mogelijk voort te doen. En nu is het zoeken naar de tijdsinvulling, naar het creatieve en ook wel de dingen waar je je goed bij voelt.

Kracht

Een van de dingen waar ik energie uithaal, is pottenbakken. Ik ben daar ongeveer een maand of negen geleden mee begonnen. En dat is zo’n uitdaging, dat geeft zoveel energie, je komt tot rust, je hebt geen tijd om te denken. Het enige wat je moet doen is voelen, de klei volgen, de klei proberen richting te geven, te controleren. Het is zalig om daar met je handen in te zitten, om nieuwe dingen te maken, om uitdagingen aan te gaan, telkens een nieuw product: een bord, een tas, een kom, groot, klein. Het is eigenlijk een hobby – dan mag ik 100 jaar worden – heel graag op deze manier. Dan kan ik zoveel uitdagingen aan, dat is echt iets fantastisch om te doen.

 

Ik haal ook energie uit mijn tuin, mijn groentetuin waar ik heel veel in vertoef, zeker deze periode. En ook uit sociale contacten, mensen rond mij, dat is heel belangrijk.

Toekomst

Er zijn heel veel negatieve dingen, er zijn heel veel vraagtekens. En eigenlijk moeten we proberen om die los te laten, niet te verkrampen, niet angstig te zijn, maar ons leven te volgen, te genieten van alle kleine dingen die op je weg komen, te aanvaarden wat er gebeurt en er iets moois van te maken. En lief zijn voor jezelf en mild zijn voor jezelf. Dat is heel belangrijk.

Shauni

Uitgezaaide eierstokkanker

Shauni is 29 jaar en woont met haar man en dochtertje van drie jaar in Middelkerke. Ze werkt als zelfstandige schoonheidsspecialiste. Begin 2021 kreeg ze de diagnose van eierstokkanker. Shauni’s grootste krachtbronnen zijn haar man en haar dochtertje. Ze probeert samen met hen en haar vrienden en familie zoveel mogelijk van het leven te genieten.

“We maken dat we altijd iets hebben om naar uit te kijken, want het is zo belangrijk om te genieten." - Shauni

Diagnose en ziekteverloop

Vorig jaar heb ik de diagnose gekregen van eierstokkanker. Nadat we al een jaar bezig waren voor een tweede kindje dat maar niet kwam en na heel wat buikpijn, ben ik in januari bij de gynaecoloog beland. Op drie dagen tijd ging ik van bij de gynaecoloog tot bij de professor [oncoloog] en vanaf toen is het eigenlijk allemaal heel snel gegaan. Ik heb in die ene maand [januari] heel wat onderzoeken gehad in het ziekenhuis en in maart ben ik gestart met chemotherapie. Die heb ik in totaal 18 keer gekregen. Na de chemotherapie heb ik een MRI gekregen, waaruit bleek dat ik geopereerd kon worden [na de eerste negen kuren was dit nog niet mogelijk]. Ik was natuurlijk heel blij. De debulking operatie is heel vlot verlopen. Het herstel ging ook vlot – met een dochtertje in huis moet je wel vlot herstellen. En dan ben ik gestart met remmers. 

 

Bij de eerste controle na drie maanden werd ontdekt dat ik terug twee uitzaaiingen had. Samen met de professor hebben we toen besproken om de remmers stop te zetten, omdat deze niet hielpen. 

 

Gelukkig was er een studie waar ik nu aan deelneem. Momenteel is dat al drie maanden en zijn we aan het afwachten wat de resultaten daarvan gaan geven.

Op zoek naar informatie

Van de professor en zijn team hebben we enorm veel informatie gekregen, wat ons ook wat geruststelde. Want als je de diagnose van uitgezaaide kanker krijgt, denk je natuurlijk meteen: “Oei, ik ga binnen de zes maanden dood”, maar zij stelden mij gerust dat er behandelingen waren en dat je de dag van vandaag ook echt wel kan leven met kanker. 

 

We hebben ook een Facebookgroepje met lotgenoten, waar we vragen kunnen stellen aan mekaar en ervaringen kunnen delen. De nood om nog veel informatie op te zoeken via Google had ik daarom niet.

Emoties

Bij de diagnose zelf is het eerste wat je voelt natuurlijk paniek. Je denkt aan je dochtertje, je wil haar zien opgroeien. Je denkt aan je man, aan iedereen die je graag ziet. Maar de professor heeft ons dan wel gerustgesteld dat er mogelijkheden zijn om te behandelen. En we zijn dan ook beginnen relativeren en proberen in het nu te leven en ook effectief te genieten. En niet telkens bang te zijn van “oei, wat gaat er komen”, maar te genieten.

Kracht

Mijn grootste kracht is natuurlijk mijn dochtertje. Je wil de mama zijn die ze verdient. Je wil vooruitgaan voor haar, je wil elke ochtend opstaan om haar naar school te brengen, je wil kunnen spelen met haar en er gewoon zijn voor haar. Mijn man is ook een van mijn grootste krachtbronnen. Hij is echt goud waard. Wij kunnen heel goed praten met elkaar. En ik denk dat het zo belangrijk is om met je partner of je naasten heel goed te kunnen praten. 

 

Familie en vrienden zijn er ook enorm geweest voor mij. Ze zeggen altijd dat je je vrienden pas leert kennen in moeilijke tijden. Voor mij was dat eigenlijk positief, want ik heb ontdekt dat er veel meer mensen klaarstaan voor mij dan ik ooit had gedacht.

Praten met vrienden en familie

Voor vrienden en familie is het soms een drempel om over je ziekte te praten of te weten wat ze kunnen zeggen. Ik vind het daarom belangrijk om zelf de conversatie aan te gaan. Het helpt bijvoorbeeld al om te zeggen: “Ik begrijp dat het moeilijk is hierover te praten.”

Voeding

Tijdens de chemo heb ik wel wat last gehad van smaakveranderingen, maar je zoekt dan zelf wat uit wat er beter gaat om te eten. En nu ben ik een boek aan het lezen over “Eten tegen kanker” en haal ik daar wel heel wat informatie uit.

Ontspanning

Om te ontspannen ga ik regelmatig wandelen met mijn dochtertje. De achtertuin is hier ons strand. We knutselen ook heel vaak of ik ga met vriendinnen iets eten. Eigenlijk allemaal kleine dingetjes, maar we genieten er extra van.

Sport & beweging

Ik heb in het begin geprobeerd zelfstandig iets van sport te doen, maar nu ben ik gaan kijken voor onco-revalidatie. Dat is eigenlijk een volledig team dat klaarstaat: kinesisten, diëtisten, sportadviseurs. Ik kijk er naar uit om terug actief bezig te zijn.

Werk

Vroeger werkte ik full time plus een bijberoep. De dag van vandaag gaat dat niet meer. Maar dat is ook wel iets positiefs, want ik maak nu veel meer tijd voor mijn dochtertje, om haar te zien opgroeien en om leuke dingen met haar te doen.

Toekomst

De toekomst, die is nu. We proberen echt in het nu te leven, quality time te nemen wanneer we kunnen. We hebben ook eind dit jaar een safari gepland om met onze dochter te doen. Dus we kijken daar enorm naar uit. En zo maken we eigenlijk dat we altijd iets hebben om naar uit te kijken, want het is zo belangrijk om te genieten.

Sara, klinisch psycholoog

Sara is klinisch psycholoog. Ze begeleidt patiënten met kanker doorheen hun diagnose, behandeling en nazorgfase.

“Ik waardeer het leven nu misschien nog net iets meer, omdat je ziet hoe breekbaar een leven kan zijn, maar tegelijkertijd hoe sterk en hoe veerkrachtig we zijn als mens.” - Sara

Hoe en wanneer kunnen patiënten met kanker steun zoeken?

Patiënten met kanker kunnen op verschillende manieren steun zoeken en hebben ook op verschillende manieren steun nodig. Je kan emotionele steun gebruiken, maar ook praktische steun. En afhankelijk van het moment in jouw ziektetraject kan die steun ook anders zijn. Soms heb je eerder nood aan iets praktisch, bijvoorbeeld, tijdens de behandeling is het fijn als mensen iets koken. Terwijl bij diagnose heb je vaak meer nood aan emotionele steun. En het kan ook zijn dat die steun door andere mensen moet gegeven worden. Een partner wordt soms ingezet voor de praktische steun, terwijl een ouder of een vriendin eerder de emotionele steun kan bieden.

Hoe kunnen patiënten de weg vinden naar een psycholoog?

Het is zo dat we een aanbod hebben en dat we ook vraaggericht werken. Een aanbod wil zeggen dat de patiënt normaal gezien in het ziekenhuis geïnformeerd wordt over het multidisciplinair team en dus ook over de psycholoog. In die zin mogen zij ons zelf contacteren. Maar er is soms wel nog een drempel. Het is dus ook aan ons als multidisciplinair team om in de gaten te houden wie onze steun zou kunnen gebruiken. Dan kan het zijn dat een arts voorstelt aan de patiënt om toch een keer met de psycholoog te praten. En dan wordt de psycholoog opgebeld op het moment zelf of wordt er een afspraak vastgelegd bij de psycholoog.

Op welk moment tijdens het ziekteproces komen patiënten meestal bij jou terecht?

Er is heel veel verschil wanneer een patiënt bij ons terechtkomt. De logische stap lijkt bij diagnose. Op het moment dat mensen de diagnose krijgen, zijn ze vaak overspoeld en dan kunnen ze zeker bij ons terecht. Maar sommige mensen laten dat eerder bezinken, durven niet altijd de stap te zetten naar een psycholoog. En dan kan het zijn dat we hen pas veel later in het traject ontmoeten. De behandeling is zeker ook een moment waarop mensen toch wel wat door elkaar geschud worden en op zoek gaan naar “hoe kan ik omgaan met al deze bijwerkingen”. Ook dan kunnen we ingeschakeld worden. Dus eigenlijk zijn er heel veel momenten tijdens het traject dat we kunnen ingeschakeld worden. En de laatste is misschien ook niet onbelangrijk. Die wordt vaak vergeten. Als mensen uit behandeling zijn, dan lijkt alles voorbij, maar dat is niet meteen zo. Er zijn vaak jammer genoeg nog laattijdige bijwerkingen van de behandelingen. En dan zien we ook wel heel wat patiënten.

Wanneer grijpt u in en op welke manier? Hoe kan uw advies de patiënt helpen?

Wij gaan eigenlijk met patiënten op zoek naar hoe ze kunnen omgaan met dit nieuw gegeven. Kanker komt in hun leven. Dat is een ongenodigde gast, maar ze moeten er wel mee verder. We gaan samen op zoek naar wat ze zouden kunnen doen om met die gast om te gaan. En dat is wat wij doen. Samen op pad, vaak via gesprekken, soms durven we ook wel eens iets zots doen en gaan we op pad – letterlijk – of nemen we er pen en papier bij om ook een aantal zaken uit te tekenen. Maar echte tips of advies over hoe omgaan met kanker geven wij niet aan patiënten en krijgen we eerder terug van patiënten.

Kunnen patiënten familie/vrienden meebrengen?

Patiënten mogen zeker familie en vrienden meenemen. We zien bij diagnose dat het vaak de naaste partner is die mee aanwezig is of bij een ouder iemand een volwassen kind. Maar ook tijdens de behandeling zien we wel mensen van het netwerk van de patiënt. Het is heel fijn voor patiënten om de behandeling niet alleen te moeten doen. Soms is het ook lastig voor patiënten om iemand mee te brengen en willen ze niemand belasten. En omgekeerd is het soms lastig dat je niet mee kan komen als naaste, omdat je moet werken bijvoorbeeld. Dus dat is een moeilijk evenwicht, maar familie en vrienden zijn zeker welkom, ook bij ons als psycholoog.

Als u één advies kon geven aan patiënten met kanker, wat zou dit zijn?

Ik hoop vooral dat patiënten mild kunnen zijn voor zichzelf, voor waar ze door moeten en hoe ze daar mee omgaan. En ik hoop dat die mildheid ook kan doorsijpelen naar hun omgeving, dat ze mild kunnen zijn voor de soms bijzondere, rare, goedbedoelde, maar lastige adviezen. En dat hopelijk de familie en de naaste vrienden daardoor ook mild kunnen zijn voor de patiënt, voor wat die wel of niet kan, nog niet kan of misschien nooit meer zal kunnen.

Welke raad heeft u voor patiënten die moeite hebben om de stap te zetten naar een psycholoog voor hulp?

Ik zou hen vooral meegeven dat wij als psychologen ook maar mensen zijn, dat we in die zin niet de waarheid in pacht hebben, dat we vooral met hen op zoek willen gaan. Het is ook niet zo dat als je bij een psycholoog gaat dat je zwak bent. Integendeel, we merken bij patiënten die durven aangeven als het eventjes niet gaat dat dat heel sterk is en dat ze in wat ze vertellen heel wat hulpbronnen hebben. En dat we dan kunnen merken dat ze al veel meer kunnen dan ze zelf zien. En dat is ook vaak de basis om verder op weg te gaan.

Hoe beleeft u als zorgverlener de begeleiding van oncologische patiënten?

Ik vind het heel waardevol om met patiënten met kanker te werken, omdat ik hen op heel veel verschillende manieren leer kennen. Ik zie niet alleen de patiënt, maar ik zie vooral de persoon. En personen kunnen heel veel van elkaar leren. We gaan samen op zoek naar mogelijkheden om om te gaan met ziekte, afscheid, angst, bijwerkingen. En dat is zoeken en daar kan je heel veel van leren, de patiënt zelf, ik, maar ook het doorgeven van ervaringen onderling. En dat vind ik een heel mooi proces van zoeken en omgaan met complexiteiten. Ik waardeer daardoor het leven ook misschien nog net iets meer, omdat je ziet hoe breekbaar een leven kan zijn, maar tegelijkertijd hoe sterk en hoe veerkrachtig we zijn als mens.

1. Elke verwijzing naar een behandeling in deze getuigenis weerspiegelt de persoonlijke ervaring van de patiënt. De genoemde behandelingen weerspiegelen diens persoonlijke medische ervaring. Deze kunnen toepassingen omvatten die momenteel niet zijn goedgekeurd in de Europese Unie. AstraZeneca raadt het gebruik van niet goedgekeurde toepassingen niet aan en promoot deze niet. Patiënten dienen altijd hun zorgverlener raadplegen om hun behandelopties te bespreken.
2. De genoemde immuno oncologische behandeling is momenteel niet goedgekeurd voor eierstokkanker in de Europese Unie.